Stress: een hardnekkig obstakel als we gedrag willen veranderen

Het zal je vast bekend voorkomen: je staat in de file waardoor je te laat zal komen bij een belangrijke afspraak, je to-do lijstje stroomt over, de jongste moet om 18.30 naar voetbaltraining en daarvoor iets gegeten hebben, vanavond heb je een afspraak met een vriendin die je al maanden niet hebt gezien (en dus niet wilt afzeggen) en dan heb je maandag ook nog die ene grote deadline. Stress, stress en nog eens stress. Onze huidige maatschappij kent meer stress dan ooit tevoren en het einde lijkt nog lang niet in zicht. Zo komen burn-outs steeds vaker én jonger voor (de eerste 9-jarige heeft zich al gemeld) en klagen leraren en verpleegsters steen en been over de toenemende werkdruk die zij ervaren.

Als we hier iets aan willen doen, zullen we ons gedrag op zo’n manier moeten veranderen dat we uiteindelijk minder stress zullen ervaren. Onderzoekers hebben echter aangetoond dat stress het aanleren van nieuw gedrag bemoeilijkt. Op die manier vermindert stress ook ons vermogen om andere goede voornemens (zoals meer sporten of minder eten) in de praktijk te brengen.  

Kortom: een belangrijk punt om eens langer bij stil te staan.  Aan de hand van een meerdelige reeks zal ik dieper ingaan op de manier waarop stress ons gedrag beïnvloedt en wat dit voor effecten heeft op onze pogingen om gedrag te veranderen. Daarnaast zal ik enkele handvatten geven over hoe we stress én de gevolgen hiervan kunnen aanpakken.

 

Langdurige stress – een probleem van de moderne wereld?  

Iedereen heeft in zijn brein een stress-systeem. Het stress-systeem zou ons in principe in staat moeten stellen om te reageren op de stressvolle situaties waar we dagelijks mee in aanraking komen. Het signaleert stress, zet verschillende hersengebieden in actie en zorgt daarna weer dat alles rustig wordt.  Maar hoe komt het dan dat we zo gestrest zijn? 

Het eerste probleem is dat ons stress-systeem zich evolutionair onvoldoende heeft aangepast aan de eisen van onze moderne wereld. Ons stress-systeem voldeed dus het grootste deel van de evolutie uitstekend, maar het heeft de enorm snelle technologische veranderingen in onze samenleving niet kunnen bijbenen. Ons brein is geëvolueerd om te reageren op acute, concrete, stressvolle situaties – zoals kou, warmte, honger, dorst of bedreigingen in de vorm van andere beesten.

Tegenwoordig hebben we alleen te maken met langdurige en abstracte stressoren. Dit zijn er bovendien ontzettend veel. Zo wil je een diploma halen en een goede baan krijgen, er zijn (zelfopgelegde) schoonheidsidealen en we worden gebombardeerd met informatie. Denk aan de talloze sociale media berichten, mailtjes en meer dan 350 reclame impulsen per dag. Ons brein moet alle zeilen bijzetten om deze prikkels te verwerken. Hierdoor houdt het nóg minder energie over om de grote hoeveelheid stressoren op te vangen. 

Al deze ongrijpbare stressoren zorgen voor een langdurige activatie van ons stress-systeem; en daar gaat het mis. Als ons stress-systeem voortdurend ‘aan’ staat, wordt het stress-hormoon – genaamd cortisol – blijvend aangemaakt. Hierdoor zijn we niet instaat om te herstellen en raakt ons brein langzaam uitgeput.

 

De moderne wereld bevat enorm veel ongrijpbare stressoren en stimuleert daarnaast de aanwezigheid van slechte, ongezonde gewoontes. Beide factoren leiden tot een hoop stress. Deze verhoogde mate van stress zorgt er vervolgens voor dat de aanwezigheid van slechte gewoontes extra versterkt wordt.

Het tweede probleem is dat onze moderne wereld de aanwezigheid van slechte gewoontes stimuleert. Zo is vet en ongezond voedsel goedkoper dan gezond voedsel en worden we voortdurend misleid. ‘Gezonde’ sapjes, broodjes en mueslirepen bevatten vaak meer suikers, zouten en calorieën dan we denken. Daarnaast worden we blootgesteld aan technologieën die letterlijk gemaakt zijn om ons verslaafd te maken en onze aandacht op te eisen.   

Slechte, ongezonde gewoontes kunnen in veel situaties behoorlijk wat stress opleveren. Dit terwijl stress de aanwezigheid van slechte gewoontes vervolgens extra versterkt. Geen wonder dus dat we zo’n gestrest volk zijn! 

.

Gevolgen van stress op ons gedrag

Dat we ons van (langdurige) stress slecht gaan voelen is misschien een inkoppertje, maar stress heeft ook minder bekende gevolgen. Het beïnvloedt namelijk de aansturing van ons gedrag. Hierdoor wordt ons vermogen om goede voornemens in de praktijk te brengen behoorlijk verstoord. Zo zal het goede voornemen om meer te gaan sporten al snel in de prullenbak belanden, zal het rokers niet lukken om de verleiding van een sigaret te weerstaan en zal een dieet snel leiden tot een vreetbui.  Maar hoe zit dat dan precies? Hoe komt het dat we onder stress zo beroerd zijn in het veranderen van ons gedrag? Om antwoord te geven op deze vragen zullen we eerst moeten kijken naar de onderliggende processen in het brein die hierbij betrokken zijn.

.

Doelgericht vs. gewoontesysteem: de twee systemen die ons gedrag aansturen

Zoals ik eerder benoemde in mijn opiniestuk in het Parool wordt ons gedrag aangestuurd door twee aparte systemen: een doelgericht en een gewoontesysteem. In eerste instantie wordt gedrag voornamelijk aangestuurd door het doelgerichte systeem. Dit systeem is langzaam en gecontroleerd en stelt ons instaat om bewust te reageren op veranderingen. [1] [2] Dus als je je voorneemt om meer te gaan sporten, meer tijd vrij te maken voor vrienden of meer je best te gaan doen op school, heb je daar je doelgerichte systeem voor nodig.

Wanneer gedrag vaak genoeg herhaald wordt, vindt er een verschuiving plaats naar het gewoontesysteem. [3] [4] [5] [6] Gewoontes worden snel, automatisch en onbewust aangestuurd. Dit is een slimme handigheid van ons brein. Stel je eens voor dat je over alles, elke dag opnieuw, moet nadenken en moet bepalen wat de juiste actie is. Dus bewust nadenken over hoe je moet lopen, je fiets moet gebruiken of dat je ’s morgens naar je werk moet. Dat zou je brein enorm veel energie kosten. En nu al gebruikt het brein de meeste energie van alle organen! Door gewoontes te vormen kan het brein haar energie zo efficiënt mogelijk inzetten voor andere taken en beslissingen.

.

Gedrag veranderen is moeilijk doordat onze gewoontes vaak de overhand nemen

Zodra een gewoonte eenmaal gevormd is, is het echter lastig deze te doorbreken of aan te passen.  Slechts één op de zes mensen houdt goede voornemens langer dan twee weken vol. Dit komt omdat ons doelgerichte en gewoontesysteem voortdurend in competitie zijn met elkaar, waarbij er niet altijd sprake is van een eerlijke strijd. Doelgerichte acties zijn namelijk gevoelig voor wisselingen in onze gemoedstoestand. Hierdoor nemen onze oude (ongewenste) gewoontes regelmatig de overhand. Hoewel je je bijvoorbeeld hebt voorgenomen om minder op je smartphone te kijken, zal je dit onbewust toch doen wanneer je je verveelt. Hetzelfde geldt voor het voornemen om meer te gaan sporten. Zodra er sprake is van enig motivatieverlies, verkies je een avondje Netflix boven een buikspierkwartiertje (terwijl je dit eigenlijk prima zou kunnen combineren natuurlijk).

.

Stress stimuleert gewoontes door het doelgerichte systeem te verstoren

Vergelijkbare situaties kunnen plaatsvinden wanneer je gestrest bent. [5] [6] [7] [8] Dit werd heel duidelijk laten zien in een onderzoek waar gekeken werd naar voedselkeuzes onder stress.  Hier leerden deelnemers welke keuzes ze moesten maken om een lekkere beloning te krijgen: chocola of sinaasappelsap. Gedurende de trainingssessie werden de deelnemers steeds beter en sneller in het maken van de juiste keuze. Uiteindelijk ging het vrijwel automatisch. Daarna werden de deelnemers volledig verzadigd op één van de beloningen. Dat wil zeggen: ze kregen zoveel chocola of sinaasappelsap dat het hun oren uitkwam. In principe zou er dus geen reden zijn om vervolgens alsnog de keuze te maken die leidt tot deze beloning. Het onderzoek laat echter zien dat deelnemers die blootgesteld worden aan stress dit tóch doen.  In dit geval zorgt stress er dus voor dat de deelnemers niet meer in staat zijn om bewust en doelgericht te kiezen om niet voor de chocola of sinaasappelsap te gaan. In plaats daarvan vallen ze terug op hun gewoonte om dit wel te doen.

Waarschijnlijk heb je zoiets zelf ook regelmatig meegemaakt. Want zeg nou eerlijk. Hoe vaak heb je jezelf al voorgenomen om gezonder te eten en minder te snacken, om vervolgens tóch weer een chocoladereep of zak chips mee te nemen uit de supermarkt als je gestrest bent om een aankomende deadline?

.

Stress: een obstakel voor gedragsverandering

Onderzoekers hebben laten zien dat dit waarschijnlijk komt omdat ons doelgerichte systeem verstoord wordt door stress. Het gewoontesysteem neemt dan automatisch de overhand en ons gedrag wordt bepaald door onze gevestigde gewoontes. Onze impulsen (zoals het kopen van een zak chips of chocoladereep) kunnen we dan niet meer controleren. Zélfs als dat gedrag niets oplevert of slecht voor je is.[9]

In tegenstelling tot bijvoorbeeld verveling of motivatieverlies – wat meestal in vlagen komt, maar gelukkig ook wel weer verdwijnt – ligt bij stress het gevaar op de loer dat het langdurig aanblijft. Dus niet alleen tijdens de tentamen periode, maar ook de weken die daarop volgen. Daarnaast  is stress het afgelopen decennia ernstig toegenomen. Hierdoor zal ons doelgerichte systeem nóg zwakker worden en zullen onze (slechte) gewoontes nóg sneller de overhand nemen. In veel gevallen zal dit leiden tot extra stress. Op deze manier is stress een hardnekkig, zelfversterkend obstakel wanneer we ons gedrag willen veranderen.

.

Verminderde remming van onze emoties door stress

Het doelgerichte systeem zorgt er daarnaast ook voor dat we onze emoties tot op zekere hoogte kunnen remmen, zodat we weloverwogen beslissingen kunnen maken.[10  Zo zal je niet zo snel uitvallen tegen je baas, ondanks dat je diep van binnen behoorlijk pissig bent, omdat je weet dat dit je baan kan kosten. Dit gaat echter mis op het moment dat we blootgesteld worden aan stress. Door de verstoring van het doelgerichte systeem worden onze emoties minder geremd. Dit verklaart dan ook waarom gestreste mensen bij de kleinste tegenslag volledig in paniek kunnen raken of hun tranen niet meer in bedwang kunnen houden. Deze verminderde emotionele remming zie je ook terug bij kinderen. [11][12][13] Zij kunnen volledig in tranen zijn wanneer hun speelgoed wordt afgepakt, plotseling heel angstig worden of regelmatig een driftbui ervaren. Dit komt omdat hun doelgerichte systeem nog volop in ontwikkeling is en zij hun emoties nog niet in bedwang kunnen houden.

.

Vicieuze cirkel van stress

Bij verstoring van het doelgerichte systeem is er niet alleen sprake van verminderde emotionele remming. Ook het stress-systeem zelf wordt minder onderdrukt. Hierdoor komt het brein in een vicieuze cirkel terecht (zie plaatje). Bij blootstelling aan stressoren wordt het stress-systeem geactiveerd en cortisol aangemaakt. Hierdoor wordt het doelgerichte systeem verstoord. Dit leidt tot verminderde remming van het stress-systeem, waardoor nóg meer cortisol wordt aangemaakt. 

De overproductie van cortisol (en andere stress-gerelateerde hormonen) leidt vervolgens tot een verdere en meer langdurige verstoring in het doelgerichte systeem. [14] Verbindingen tussen hersencellen in dit gebied worden doorbroken, waardoor ze minder goed met elkaar kunnen communiceren. Hierdoor wordt de capaciteit van dit gebied om onze impulsen (of gewoontes) te controleren nóg minder. Zo zal je in stressvolle situaties sneller naar ongezond eten grijpen of een sigaret opsteken en wordt de aanwezigheid van je zenuwtrekjes – nagelbijten, aan je haren friemel of aan je gezicht zitten – versterkt

Stressoren activeren ons stress-systeem waardoor de productie van cortisol in gang wordt gebracht. Cortisol verstoort het doelgerichte systeem, waardoor deze minder  invloed kan uitoefenen. Het stress-systeem wordt hierdoor minder geremd waardoor cortisol opnieuw wordt aangemaakt. Het brein komt dus in een vicieuze cirkel terecht.  

Hoe kunnen we stress en de gevolgen hiervan aanpakken?

Dus als je gedrag wilt veranderen, zul je eerst minder gestrest moeten worden. Maar als je minder gestrest wilt worden, zul je je gedrag moeten veranderen.. Dit is natuurlijk behoorlijk dubieus en verklaart ook waarom het zo lastig is om uit de eerder genoemde vicieuze cirkel te komen. Om stress en de gevolgen hiervan aan te pakken, zul je heel concreet aan de slag moeten gaan. Dit kan op twee manieren:

  1. Door de hoeveelheid stress die je nu ervaart drastisch te verminderen. Dit kun je doen door concrete, vaak kleine aanpassingen te maken in je dagelijks leven.
  2. Door je brein sterker te maken en de weerstand tegen stress te verhogen.

In de volgende delen van deze reeks zal ik hier dieper op ingaan. Uiteindelijk kunnen beide manieren helpen om de balans tussen het doelgerichte en gewoontesysteem weer een beetje te herstellen. Het doelgerichte systeem zal dan langzaam meer invloed kunnen uitoefenen op je gedrag. Pogingen om goede voornemens in de praktijk te brengen zullen zo steeds meer kans van slagen krijgen! 

Ben je benieuwd op welke manier je de hoeveelheid stress die je ervaart drastisch kunt verminderen? Lees dan binnenkort ook het tweede uit deze reeks waarin ik enkele tips zal geven hoe je succesvolle aanpassingen kunt maken in je dagelijks leven. 

Categories: stress

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *