Waarom ik me met liefde bemoei met onderwijsvernieuwing

Ik houd me al een paar jaar bezig met het verbeteren van onderwijs aan de hand van mijn kennis uit de wetenschap. Ik schreef bijvoorbeeld stukken over:

Daarnaast schreef ik een drieluik over de discussie over onderwijsvernieuwing en het belang van de wetenschap voor onderwijs (deze reeks publiceren we in december). Verder ontwikkelde ik een huiswerkapp voor leerlingen, geef ik workshops en lezingen op onderwijsinstellingen, richtte ik met Wessel Peeters (van Vernieuwenderwijs) www.leer.tips op en help ik schoolboekenuitgeverijen om lesmethodieken meer evidence based te maken.

Wat ik nog niet deelde is waarom ik mij graag bezighoud met het verbeteren van onderwijs. Het leek me leuk om daar eens in een iets persoonlijkere blog bij stil te staan… Als je dus vooral op zoek bent naar tips en niet zit te wachten op mijn achtergrond, bekijk dan vooral bovenstaande blogs eens en stop hier met lezen J.

De bedrijven waarbij ik betrokken ben:
Ik ben eigenaar van Neuro Habits en Zelfi en samen met Wessel Peeters heb ik Leer.tips opgericht.

Mijn kritiek op het onderwijs begon al vroeg, op de middelbare school

Ik kom uit een onderwijsfamilie. Mijn vader (geschiedenisdocent en mentor), stiefvader (economie-, Engelsdocent en mentor) en stiefmoeder (Engelsdocent, auteur van Engelse leermethodes en eigenaar van 3Es) gaven allemaal les toen ik opgroeide. Vanaf dat ik me kan herinneren raak ik al met mijn ouders verzeild in verhitte discussies over hoe het onderwijs beter kan. “Waarom moet ik Engels boeken lezen die ik niet leuk vind?”, “Waarom moet ik aanwezig zijn bij vakken waar ik een hoog cijfer voor heb?”, “Waarom moeten alle toetsen in dezelfde week?”, “Waarom zijn de lesmethoden vaak zo saai?”, “Waarom begint school zo vroeg?”. Deze discussies (en menig ander) probeerde ik ook op school te voeren, dus al snel stond ik bekend als recalcitrante puber (zie foto).

Ondergetekende als recalcitrante puber op de middelbare school

Op school had ik net als veel andere leerlingen nog geen flauw idee wat ik ‘later wilde worden’. Toch wordt van minderjarige leerlingen verwacht dat ze een keuze maken die een belangrijke invloed heeft op wat leerlingen later kunnen worden. Aangezien ik vooral zo min mogelijk schooluren wilde ‘genieten’, koos ik voor een zo eenvoudig mogelijk profiel. Mijn leertechnieken bestonden vooral uit het markeren en stampen van informatie. Het liefst een dag voor de toets. Hier werd ik ook nog eens voor beloond – ik haalde doorgaans goede cijfers – dus ik leerde deze technieken mijn hele middelbareschooltijd niet meer af. Geloof me; zelfs het leren voor eindexamens is mogelijk door een paar dagen van tevoren te stampen en eindexamens van vorige jaren te maken.

Wellicht ontstaat nu de indruk dat ik totaal niet leergierig was, maar volgens mij was ik dat best wel. Thuis leerde ik mezelf van alles aan. Blind typen, Photoshop, muzieknoten lezen, boeken lezen, maar ook Engels leerde ik vooral in de privésfeer. Op school was het ook niet altijd kommer en kwel. Bij profielwerkstukken leefde helemaal op. Tijdens profielwerkstukken ga je een aantal weken aan de slag met een zelfgekozen onderwerp. Het mooie aan profielwerkstukken is dat ze relateren aan de praktijk en dat er meerdere vakken tegelijkertijd aan bod komen, net zoals in het echte leven. Gedurende mijn middelbareschooltijd leerde ik dus best wel wat, al ging het niet altijd van harte. Het was me vaak niet duidelijk waarom ik ‘hoofdstuk 6’ moest leren. En ik vond de leerstof ook niet bijster interessant.

Aan het begin van mijn studie psychologie leerde ik leren en mezelf motiveren

Na een jaartje onuitdagend werk besloot ik psychologie te gaan studeren. Vooral omdat het interessant klonk en de onderwerpen op de website van de universiteit mij wel ‘cool’ leken. Psychologie bleek gelukkig een schot in de roos, al was dat meer geluk dan wijsheid. Ik vond het bijzonder dat ik pas op de universiteit leerde over effectief leergedrag. Zo leerde ik hoe je geheugen werkt en hoe je informatie het best op kunt slaan. Hoe aandacht en concentratie werken in je brein en dat je je concentratie kunt bewaken en versterken. Als leerlingen in deze digitale tijd iets moeten leren dan is het wel hoe ze effectief moeten leren en hun aandacht moeten bewaken tegen constante afleiding. Bijna 80% van de docenten geeft aan dat het concentratievermogen van leerlingen door smartphonegebruik is afgenomen. Je helpt leerlingen niet per se door mobieltjes af te pakken. Wel door leerlingen te leren dat apps gemaakt zijn om je verslaafd te maken en ze te conditioneren om op bepaalde momenten hun smartphone op de vliegtuigstand te zetten.

Naast effectief leren en concentreren leerde ik over het belang van motivatie voor leren. Leren lukt vooral als je iets doet dat aansluit bij je interesses en als je goed begrijpt waarom je iets doet. Geen wonder dat ik niet altijd leergierig was. Volgens mij kan er wel iets meer rekening worden gehouden met de belevingswereld van jongeren op middelbare scholen. Open maar eens een wiskundeboek en de knikkers, vazen en kaartenspellen zullen je om de oren vliegen. Het is beter om voorbeelden aan te halen die momenteel praktisch relevant zijn in de jongerenwereld. Wil je leerlingen bijvoorbeeld leren reflecteren, zorg dan eerst dat leerlingen het nut ervan in zien en dat ze zich betrokken voelen bij het onderwerp. Vaak toon ik jongeren eerst een filmpje van Frenkie de Jong die een ster is in reflecteren (klik op het flimpje van Eva Jinek die Frenkie de Jong’s reflectieskills aankondigt). Dan laat ik jongeren filmpjes opzoeken op Youtube van hun helden of vloggers die aan het reflecteren zijn op hun eigen gedachten of gedrag. Vervolgens leg ik ze uit dat je het best kunt reflecteren aan de hand van een eenvoudig plan waar een aantal elementen in naar voren komen (zie ook mijn blog over reflecteren). Daarna gaan ze thuis zelfstandig reflecteren op een onderwerp dat ze zelf hebben uitgekozen. In de volgende bijeenkomst bespreken we wat hieruit is gekomen en hoe ze hun plan nu kunnen aanpassen aan de hand van hun reflectie. Bij iedere stap probeer ik dus aansluiting te zoeken bij de belevingswereld van de leerlingen. Een van mijn grote uitdagingen is om te kijken hoe deze kennis geïmplementeerd kan worden in een schoolsysteem waarin de nadruk ligt op werken aan de hand van leermethodes en strakke toetsschema’s. Vandaar dat ik samen met de UvA de app Zelfi heb ontwikkelt.

Frenkie de Jong die reflecteert

Aan het einde van mijn studie leerde ik mijn kwaliteiten kennen

Op de universiteit kreeg ik steeds beter door waar mijn kwaliteiten lagen en wat ik interessant vond: onderzoek doen, wetenschap over het brein en hierover vertellen. Ik nam me voor om onderzoeker te worden. Daarom volgde ik onderzoeksmasters in cognitieve neurowetenschappen en klinische gezondheidspsychologie. Daarna doorliep ik een promotietraject tot doctor in de gedragswetenschappen.

Zo’n soepel traject is niet voor iedereen weggeld. Op dit moment maakt 50% van de leerlingen de studie die ze kozen niet af. Een derde stopt al binnen een paar maanden. Het is misschien teveel gevraagd dat scholen al hun leerlingen kunnen helpen met het maken van de juiste studiekeuze. Wel denk ik dat er ruimte ligt voor scholen om hun leerlingen beter te begeleiden bij het ontdekken en waarderen van hun kwaliteiten. Bij rapportbesprekingen wordt nu bijvoorbeeld nog vooral stilgestaan bij slechte cijfers. De vraag is of dat logisch is. Vanuit het onderwijssysteem gezien wel. Zonder diploma’s krijgen onderwijsinstellingen minder geld. Vanuit de leerlingen gedacht zou het logischer zijn om langdurig stil te staan bij wat ze wél kunnen. Het is namelijk waarschijnlijker dat leerlingen later aan de slag gaan met iets wat ze wél goed kunnen dan wat ze niet goed kunnen.

Ik vind het een leuke uitdaging om te onderzoeken hoe scholen hun leerlingen kunnen helpen bij het ontdekken van hun kwaliteiten, omdat ik hier zelf vroeger ook moeite mee had. Een leuke manier kwam ik tegen op het Wolfert Tweetalig in Rotterdam. Daar hebben leerlingen een soort kinder-Linkedin, waar leerlingen op mogen delen waar ze trots op zijn. Op andere scholen wordt al gewerkt met het opbouwen van een portfolio. En Agora-scholen staan er om bekend de interesses en kwaliteiten van leerlingen als beginpunt van het leerproces te nemen. Juist door aan te sluiten bij wat leerlingen al kunnen en willen kun je aanknopingspunten maken naar wat ze nog minder interessant vinden. Dus stel je hebt een puber in huis die vlogger wil worden. Dan heb je een mooi haakje om het belang van Nederlands, algoritmes, economie, Engels en design duidelijk te maken.  

Tijdens het promoveren zag ik in dat ik kennis uit de wetenschap kan inzetten voor het onderwijs

Tijdens mijn onderzoek naar gewoontevorming bij plannen, concentreren en reflecteren kwam ik weer veel op middelbare scholen. Veel leerlingen worstelen nog altijd met dezelfde problemen als waar ik tegenaan liep. Het onderwijs sluit niet altijd goed aan op hun belevingswereld waardoor ze ongemotiveerd zijn, veel leerlingen leren nog steeds ineffectief en docenten focussen nog steeds meer op slechte cijfers dan op kwaliteiten. Ik ben ervan overtuigd dat kennis uit de wetenschap enorm kan helpen om deze problemen te verminderen. Daarom heb ik inmiddels mijn eigen bedrijf opgericht en help ik onderwijsinstellingen en organisaties fulltime met gedragsverbetering. Een van mijn uitdagingen is om de sterke focus op cognitieve capaciteiten en cijfers te verminderen. Die sterke focus kan ervoor zorgen dat het oplossen van andere problemen in het onderwijs wordt bemoeilijkt, zo laat onderstaand figuur zien.

Teveel focus op cijfers in het onderwijs zorgt ervoor dat er minder aandacht is voor andere problemen.
  • a) Het onderwijs sluit niet altijd goed aan op de belevingswereld van leerlingen
  • b) Leerlingen ontdekken onvoldoende waar hun kwaliteiten liggen
  • c) Leerlingen leren niet systematisch plannen, concentreren en reflecteren
  • d) In ons onderwijssysteem is er een overmatige focus op het toetsen van cognitieve capaciteiten voor cijfers
  • Voor scholen is het moeilijk om onder de druk van d) goed aan te sluiten bij a t/m c.

Het is enorm moeilijk om dit patroon te doorbreken. Hopelijk kan ik helpen om het systeem van binnenuit te veranderen. Door docenten te laten zien hoe het binnen dit systeem misschien anders kan. En van buitenaf, door beleidsmakers te adviseren dat het onderwijssysteem beter kan. 

Door mijn achtergrond heb ik een passie voor onderwijs

Door dit stuk begrijp je als het goed is beter waar mijn passie voor het onderwijs vandaan komt! Ik liep tegen dezelfde problemen aan als de jongeren van nu. Toch denk ik dat de wetenschap voldoende houvast geeft om het onderwijs beter en leuker te maken, voor zowel de leerling als de docent. Wil je weten wat ik precies voor jouw school kan betekenen? Neem dan contact op met [email protected] of neem een kijkje op www.neurohabits.nl/onderwijs of www.leer.tips/diensten.

Categories: Onderwijs

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *