leren reflecteren leerlingen

Zó leer je leerlingen (niet) reflecteren

Dr. David Maij

 

Veel docenten hebben de ervaring dat reflecteren weinig oplevert. Als mentor voeren ze constant dezelfde gesprekken – leerlingen beloven plechtig ‘harder te werken’, ‘beter op te letten’ of ‘minder op hun smartphone te zitten’, maar een week later vertonen ze weer hetzelfde, ongewenste gedrag. Deze ervaringen, in combinatie met de wetenschap dat het brein nog volop in ontwikkeling is, maakt veel docenten kritisch over de mogelijkheid leerlingen te kunnen leren reflecteren. Ze hebben het gevoel dat leerlingen nog lang niet aan reflecteren toe zijn. Toch laat de wetenschap zien dat je jongeren wel degelijk kunt leren reflecteren, alleen niet op de manier zoals er op de meeste scholen mee wordt omgesprongen. Daarom ga ik in deze blog in op de neurologische grondslagen van reflecteren, hoe je leerlingen kunt leren reflecteren, waar goede reflecties aan moeten voldoen en hoe je de kwaliteit van reflecties kunt vergroten.

 

Wat is reflecteren?

Volgens de Dikke Van Dale gaat het bij reflecteren om ‘nadenken over’ en het ‘achteraf bespreken om ervan te leren’. In het boek, Reflecteren: de basis (Groen, 2020), wordt gesproken over ‘het bewust worden en selecteren van een betekenisvolle situatie en het op gang brengen van het nadenken hierover door vragen te stellen’ (Groen, 2020). De definitie die ik het sterkst vind richt zich op ‘het nadenken over je eigen gedrag met als doel je gedrag positief te ontwikkelen’ (Luken, 2010). Als je leert reflecteren hoeft het niet per se om een betekenisvolle situatie te gaan. Wat wel sterk is aan de definitie van Groen is dat ze benadrukt dat het gaat om vragen stellen aan jezelf. Wanneer je reflecteert voer je een interne dialoog en probeer je vraagtekens te stellen bij je eigen gedrag. Daar gaat het in het onderwijs vaak al mis… Zo komen de vragen op reflectieformulieren niet uit de leerling zelf, maar van de docent. 

 

Kunnen jongeren wel reflecteren?

Deze vraag krijg ik het meest! Onderzoek laat zien dat kinderen op vierjarige leeftijd al de eerste tekenen laten zien dat ze in staat zijn om te reflecteren (Allen et al., 2021). Als we kijken naar de hersengebieden die hierbij betrokken zijn (zie Afbeelding 1) dan zien we dat zowel de temporele kwab (de zijkant van je brein), als de prefrontale cortex (de voorkant van je brein) hierbij betrokken zijn. In de temporele kwab zit ook het gebied van Wernicke, en hiervan weten we dat die veel te maken heeft met spraak. Dit ligt dus in lijn met het idee dat reflecteren een interne dialoog is. De prefrontale cortex kennen de meeste docenten wel. Dit is het cognitieve controlecentrum van je brein en belangrijk voor het sturen van je gedrag. Emoties controleren, iets niet of juist wel doen, plannen en dus ook reflecteren, worden gestuurd door dit gebied.

actieve hersengebieden bij reflecteren
Afbeelding 1. Hersengebieden die betrokken zijn bij reflecteren wanneer proefpersonen reflecteerden in de fMRI-scanner.

Nu weten we echter ook dat die prefrontale cortex relatief laat rijpt. Dit is te zien in Afbeelding 2, waar we de verloop van de ontwikkeling van het brein kunnen zien van 5 tot 20-jarige leeftijd. De lichte, groene delen zijn nog in ontwikkeling en vooral het voorste gedeelte van het brein is nog volop in ontwikkeling. Dit betekent echter niet dat leerlingen helemaal niet kunnen reflecteren. Er zijn sterke aanwijzingen dat wanneer je harder traint op bepaalde vaardigheden, de bijbehorende hersengebieden ook sneller ontwikkelen. Je brein wordt goed in wat het vaak doet. Niet voor niets zegt bijvoorbeeld de bekendste neuropsycholoog in onderwijsland, Jelle Jolles, dat we hard moeten inzetten op het trainen van vaardigheden zoals reflecteren, zodat die hersengebieden ook eerder zullen ontwikkelen (Jolles, 2016).

ontwikkeling van het brein
Afbeelding 2. Verloop van ontwikkeling van het brein van 5 tot 20 jaar. Donkere gebieden laten hersengebieden zijn die al verder ontwikkeld zijn.

 

Hoe kun je leerlingen dan leren te reflecteren?

In het onderwijs worden verschillende modellen gebruikt zoals het STARR model en natuurlijk het reflectiemodel van Korthage (waar menig docent een trauma aan heeft overgehouden). Het probleem met deze modellen is dat ze onderschatten hoe moeilijk het is om ‘terug te kijken’ op een situatie (Luken, 2010). Als leerlingen voor het eerst in aanraking komen met reflecteren is het beter om te oefenen met ‘vooraf’ reflecteren, oftewel plannen. Een betere manier om leerlingen te leren reflecteren is om leerlingen eerst een concreet plan te laten maken (zie bijvoorbeeld het plan in Afbeelding 3) en ze daar vervolgens op terug te laten blikken. Door eerst een plan te maken zit je veel dichter op het gedrag in plaats van het resultaat, begrijpen leerlingen beter wat het doel en het nut is en kunnen leerlingen gestimuleerd worden om zelf vragen te stellen (“waarom lukte het niet mijn plan goed uit te voeren?”) in plaats te wachten op vragen vanuit de docent. Lees in een eerdere blog over reflecteren hoe je leerlingen kunt helpen om een plan op te stellen.

Voorbeeld als-dan plan
Afbeelding 3. Voorbeeld van een als-dan plan.

 

Waaraan voldoen goede reflecties?

Ten eerste zijn goede reflecties gericht op gedrag en niet op resultaat. Reflecteren op toetscijfers, daar kunnen we dus beter snel mee ophouden (lees hier een eerdere blog van mij over reflecteren met een tirade over cijfers). Ten tweede zitten goede reflecties qua tijd heel kort op het gedrag. Het is dus wel nuttig om leerlingen terug te laten kijken op een lesuur of op een dag. Het is niet nuttig om ze terug te laten kijken op een hele periode. Reflecties worden daar heel vaag van (“Ik ga beter mijn best doen”). Dat kunnen we ze overigens niet kwalijk nemen, want hoe ging het bij jou op werk de afgelopen periode? Met ups en downs toch? Ten derde richten goede reflecties zich op dingen die goed gaan en dingen die nog beter kunnen. We leren immers meer van positieve feedback dan van negatieve (Van Duijvenvoorde et al., 2008). Ten vierde is het belangrijk dat vragen vooral uit leerlingen komen. Wat we willen bereiken is dat leerlingen zichzelf leren bevragen. Dat ze open vragen stellen met verschillende vraagwoorden. Niet dat er constant iemand als een navigatiesysteem vragen voor ze stelt. Ten slotte is het belangrijk dat ook gevoelens worden bevraagd. Gevoelens hebben een sterke invloed op gedrag. Duidelijker inzicht krijgen in je gevoelens versterkt de kans dat je leert van het reflecteren. 

Deze succescriteria voor goed reflecteren maken ook meteen pijnlijk duidelijk waarom de meest gebruikte manier om leerlingen te leren reflecteren op scholen, vragenlijsten, totaal niet effectief zijn om leerlingen te leren reflecteren (De la Croix & Veen, 2018). Ze focussen op een te grote periode, ze zijn vaak gericht op resultaat (cijfers en toetsen) in plaats van op concreet gedrag, er ligt een te grote nadruk op wat niet goed gaat in plaats van wat wel goed gaat, de vragen komen vanuit de docent in plaats van uit de leerling zelf en er wordt onvoldoende stilgestaan bij het gevoel van leerlingen.

 

Hoe kun je ervoor zorgen dat reflecties beter worden?

Wanneer leerlingen voor het eerst een reflectie schrijven is er waarschijnlijk nog ruimte voor verbetering. Daarom is het belangrijk om te werken aan kwaliteitsbesef. Daarvoor zijn vier elementen belangrijk: voorbeelden, vergelijken, dialoog en succescriteria (De Graaf, 2022). Laat leerlingen voorbeelden van reflecties vergelijken, bijvoorbeeld door ze de reflecties te laten rangschikken van goed naar minst goed (gebruik hier anonieme voorbeelden van leerlingen voor, het liefst uit een andere klas). Laat ze daar een gesprek over voeren; waarom vinden ze de ene reflectie beter dan de andere? Van welke reflectie denken ze dat de kans het grootst is dat de medeleerling er echt iets van zal leren? Aan de hand van dit gesprek kun je leerlingen succescriteria laten opstellen of je kunt de succescriteria in het kopje hierboven gebruiken. Laat ze vervolgens aan de hand van de succescriteria hun reflectie en vervolgplan één stap beter maken. 

 

Aan de slag gaan op school met reflecteren?

Ik help je graag verder, plan een gesprek bij me in of stuur me een berichtje op Linkedin :). Ik heb een mobiele applicatie gemaakt die leerlingen helpt reflecteren (www.zelfi.nl), ik geef maandelijks lezingen en workshops over reflecteren, zoals voor de Daltonvereniging en ik verzorg ontwikkelgroepen over reflecteren, zoals op het Ichthus Lyceum, waar ik een jaar lang aan de slag ga om docenten te trainen om leerlingen te leren reflecteren. Wil je verder lezen? Ik heb iets van vijf blogs over reflecteren die je kunt vinden op www.neurohabits.nl/onderwijs. Ik heb ook een document geschreven voor jongeren die voor het eerst aan de slag gaan met reflecteren. Wil je die ontvangen? Neem dan contact met me op ☺. 

 

Ten slotte nog wat waardevolle tips van een collega docent:

“Reflectieopdrachten hoeven niet heel uitgebreid te zijn. Houd het klein, maar doe het vaak”

“Mijn belangrijkste inzicht opgedaan tijdens de opleiding/bijeenkomsten: reflecteren, als in terugkijken op iets dat je hebt gedaan, heeft eigenlijk alleen maar zin als je van tevoren hebt nagedacht over de opdracht, de aanpak en de succescriteria.”

 

Bronnen

Allen, J. W., Çelik, B., & Bickhard, M. H. (2021). Age 4 transitions: Reflection as a domain-general development for explicit reasoning. Cognitive Development, 59, 101091. doi: 10.1016/j.cogdev.2021.101091

De la Croix, A., & Veen, M. (2018). The reflective zombie: Problematizing the conceptual framework of reflection in medical education. Perspectives on Medical Education, 7, 394-400. doi: 10.1007/s40037-018-0423-2

Groen, M. (2011). Reflecteren: De basis. Op weg naar bewust en bekwaam handelen. Utrecht: Lemma.

Jolles, J. (2016). Het tienerbrein: Over de adolescent tussen biologie en omgeving. Amsterdam University Press.

Luken, T. (2010). Problemen rond reflectie. De risico’s van reflecteren nader bezien. Handboek effectief opleiden, 52, 263-290.

Van de Graaf, F. (z.d.). Kwaliteitsbesef d.m.v. voorbeelden vergelijken (inclusief poster) | Toetsrevolutie. Geraadpleegd op 27 februari 2023, van https://toetsrevolutie.nl/?p=4602

Van Duijvenvoorde, A. C., Zanolie, K., Rombouts, S. A., Raijmakers, M. E., & Crone, E. A. (2008). Evaluating the negative or valuing the positive? Neural mechanisms supporting feedback-based learning across development. Journal of Neuroscience, 28(38), 9495-9503. doi: 10.1523/JNEUROSCI.1736-08.2008

 

Ben je ook benieuwd wat Neuro Habits voor jou, je collega’s of je leerlingen kan betekenen? Kijk gerust even rond op onze site of neem contact op

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Hannelore Hemeltjen

Onderwijskundige

Hannelore Hemeltjen is al meer dan 25 jaar docent aardrijkskunde en een ervaren trainer in het onderwijs. Nadat ze de master Learning & Innovation succesvol heeft afgerond is ze 4 jaar lang onderwijskundig leider geweest in het VO. Haar passie ligt bij lesgeven en didactiek. Ze richt ze zich nu, naast het lesgeven in het VO, op het begeleiden en trainen van docenten en teams, die hun onderwijs willen versterken. Hannelore is vriendelijk, doeltreffend, enthousiast en kan goed luisteren.

Gespecialiseerd in

Onderwijs

Didactiek

Veranderkundige procesbegeleiding

hannelore

Erik Groot Koerkamp

Onderwijsexpert

Hij is al zijn hele werkzame leven in het onderwijs werkzaam op allerlei plekken en is zeker niet van plan over een paar jaar met pensioen te gaan. Daardoor is het echt je leven lang leren. Hij neemt je graag mee naar talentontwikkeling, formatief handelen, onderzoekend leren en groei-mindset. Erik is creatief, bevlogen en altijd nieuwsgierig.

Gespecialiseerd in

Onderwijsvernieuwing

Reflecteren

Differentiatie

erik-groot-koerkamp-removebg-preview

Neuro Habits gebruikt cookies om uw ervaring op onze site te optimaliseren. Door verder te gaan op onze site gaat u akkoord met ons privacybeleid en de cookies die wij verwerken.

Ronald Flohil, MSc.

Arbeid- en organisatiepsycholoog

Ronald heeft een fascinatie voor menselijk gedrag. Logisch, want hij is Arbeid- en Organisatiepsycholoog. Tijdens zijn studie heeft hij zich gespecialiseerd in Coaching & Vitaliteit binnen organisaties. Hij komt snel tot de kern en werkt oplossingsgericht om tot blijvende gedragsverandering te komen. Ronald is energiek, vriendelijk en analytisch. 

Gespecialiseerd in

Coaching

Vitaliteit

Gedragsverandering

Neuro_Habits_Ronald

Drs. Loes Kreemers

Duurzaamheidspsycholoog

Loes is gespecialiseerd in groen gedrag. Ze is projectleider en onderzoeker bij het lectoraat psychologie voor een duurzame stad bij de Hogeschool van Amsterdam. Hier doet ze onderzoek naar de gedragsverandering die van belang is voor de transitie naar een duurzame maatschappij. Loes studeerde sociale psychologie om te begrijpen waarom mensen bepaalde keuzes maken. Ze promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar gedragsverandering en zelf-compassie. Loes helpt beleidsmakers om duurzame keuzes aantrekkelijk te maken voor breder publiek en adviseert Neuro Habits bij casussen die gaan over groen gedrag.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Groen gedrag

Arbeid & Organisatie

neuro-habits-4

Dr. Inge Wolsink

Arbeid en organisatie psycholoog

Sociaal, slim, gepassioneerd en creatief. Inge is gepromoveerd als arbeid & organisatie psychologe en deed onderzoek naar proactief gedrag en creativiteit aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar promotie-traject ondervond ze zelf de consequenties van hevige stress. Tijdens haar herstel specialiseerde ze zich in de wetenschap achter stress, en volgde een opleiding tot yoga docent in India. Nu helpt ze organisaties en particulieren om op een gezonde manier creativiteit en effectiviteit te bevorderen, en stress te signaleren en reduceren.

Gespecialiseerd in

Stress

Creativiteit

Mindfulness

animatie-website-inge_004

Jay Borger, MSc.

Biopsycholoog

Jay is afgestudeerd als psychobioloog en altijd gepassioneerd geweest over hoe je wetenschappelijke kennis kan gebruiken om mensen fitter en gezonder te maken. Tijdens zijn studiejaren kreeg hij snel door dat er veel informatie is die niet wordt toegepast in de praktijk. Bij Neuro Habits draagt hij zijn kennis over naar de praktijk. Jay is vriendelijk, zorgvuldig en gedreven en staat altijd open voor een gesprek.

Gespecialiseerd in

Gezond gedrag

Slaap

Stress

jay

Drs. Daniël H. D. Maij

Psychiater / adviseur

Daniël is de broer van David. Hij is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft advies vanuit zijn functie als psychiater bij de GGZ-instellingen Parnassia en Antes. Daniël is gespecialiseerd en opleider in de verslavingspsychiatrie en weet zodoende ook alles van gewoontevorming. Daniël’s advies wordt altijd ingewonnen bij verslavingsproblematiek of bij het gebruik van medicijnen. Dit is belangrijk, want psychologen hebben geen geneeskunde gestudeerd en psychiaters wel.

Gespecialiseerd in

Geneeskunde

Arts

Verslaving

Roos Hijner, MSc.

Gedragspsycholoog

Roos wilde vroeger astronaut worden, maar besloot met beide benen op de grond te blijven staan en studeerde af als Psycholoog Arbeid & Gezondheid. Ze is het liefst dagelijks bezig met onderwerpen die er echt toe doen op het snijvlak van mens, welbevinden op het werk en leven lang ontwikkelen. Je mag haar dan ook altijd wakker maken voor een goed gesprek over motivatie, vitaliteit, werkplezier en onderwijs. Roos is bevlogen, nieuwsgierig, betrokken en enthousiast.

Gespecialiseerd in

Onderwijs

Vitaliteit

Werkgeluk

Neuro_Habits_Roos

Dr. Sanne de Wit

Klinisch psycholoog / adviseur

Dr. Sanne de Wit is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft onafhankelijk advies vanuit haar functie als universitair hoofddocent en gewoonteonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van Zelfi, de mobiele applicatie waarmee we onderwijsinstellingen helpen zodat leerlingen en studenten betere leren plannen, reflecteren en concentreren.

Gespecialiseerd in

Klinische psychologie

Gewoontevorming

Zelfi

sanne_gif

Dr. David L. R. Maij

Neuropsycholoog

David komt uit een onderwijsgezin en raakte gebiologeerd door de psychologie van leren en gedragsverandering. David is psycholoog NIP, haalde masters in klinische gezondheidspsychologie en cognitieve neurowetenschappen en promoveerde in de gedragswetenschappen. Zijn passies liggen bij gezondheidsgedrag en het onderwijs. David is kritisch, creatief en vriendelijk. Moeilijke dingen legt hij je makkelijk uit.

Gespecialiseerd in

Gewoontevorming

Onderwijs

Brein

david
Stel ons een vraag
Stel nu je vraag via Whatsapp
Hi! 👋
Hoe kunnen wij helpen?