Online lesgeven

Smartphones en het leerproces; een last of lust?

Dr. David L. R. Maij & Jay Borger, MSc.

 

Smartphones en het leerproces; een last of lust?

 

Smartphones zijn niet meer uit onze samenleving weg te denken. Ze bieden ons geweldige mogelijkheden; alle kennis die de mensheid verzameld heeft ligt letterlijk in onze handpalm en is binnen enkele seconde bereikbaar met één zoekopdracht.  Of je nu wilt weten hoe je een schilderij ophangt, hulp wilt bij mediteren of voorgelezen wilt worden uit een boek – je smartphone staat voor je klaar. In theorie dus een geweldige uitvinding voor iedereen die een leven lang wil leren en ontwikkelen. In de praktijk kunnen smartphones het leerproces echter gi-gan-tisch in de weg zitten. Zo word je als docent waarschijnlijk horendol van al dat ge-app in je klas en heb je het gevoel dat het concentratievermogen naar de knoppen gaat. Ook ouders en kinderen zelf kaarten aan dat smartphones het lastiger maken om te beginnen met leren en leren vol te houden. Daarnaast kun je als ouder ongemak ervaren over wat er via de smartphones naar binnen komt en kun je strijd verwachten als je gebruik probeert te verminderen. Tijd dus om een behapbare evidence informed gebruiksaanwijzing toe te voegen aan het internet.

 

In deze eerste blog gaan we in op wetenschap over smartphonegebruik bij jongeren. Zij smartphones maar lastig en moeten scholen en ouders er alles aan doen om het gebruik te minimaliseren? Of zijn de lusten zo groot dat er argumenten zijn aan te dragen om jongeren de smartphone vrij te laten blijven gebruiken? In een tweede blog richten we ons op praktische tips, onderverdeeld in advies voor ouders en scholen, om een verstandige omgang met de smartphone bij jongeren te ondersteunen.

 

  1. Argumenten tegen gebruik van smartphones door jongeren

 

Jongeren besteden te veel tijd en aandacht aan hun smartphones

Laat er geen misverstand over bestaan: wij lopen niet de polonaise voor smartphones (onze allereerste blog in 2017 ging al over de verleidende kracht van smartphones). Smartphones vinden we in theorie een geweldige uitvinding, maar in de praktijk zijn we geen fan van de vele apps op smartphones die als doel hebben zoveel mogelijk van onze aandacht te trekken en dit om te zetten naar financieel gewin. De knapste koppen uit Silicon Valley halen elke psychologische truc uit de kast bij het ontwerpen van de apps, met als gevolg dat het een oneerlijke strijd wordt die je al snel verliest. Zeker voor jongeren. Zij zijn extra gevoelig voor nieuwtjes, seks, prestatie en sociale verbinding, waar de apps bol van staan.

 

De onderzoeken waar smartphonegebruik in verband worden gebracht met slechtere prestaties, problematische gedragingen en een lager welzijn stapelen dan ook op. Zo blijken smartphones verleidende apparaten te zijn. Het gemiddelde gebruik van jongeren ligt op 3 uur en 21 minuten per dag [1] en daar kwam tijdens de coronaperiode nog eens 2 uur bij [2]. Zelfs jongeren geven aan dat ze te veel op hun smartphone zitten en dat ze daardoor langer over hun leerwerk doen [3]. Ouders en docenten geven dan ook vaak aan dat hun leerlingen en kinderen ‘verslaafd zijn aan hun telefoons’. En ook sommige app-ontwikkelaars eisen inmiddels zelf dat de apparaten minder verslavend moeten worden gemaakt voor jongeren, omdat hun kinderen er teveel op zitten [4] (zie Afbeelding 1).

 

Afbeelding 1. Ex-app ontwikkelaars spreken zich hardop uit tegen de psychologische trucs die ingezet worden om mensen zoveel mogelijk tijd te laten spenderen in hun apps.

 

Smartphones hebben verslavende eigenschappen

Vooropgesteld: we moeten een beetje oppassen met de term ‘verslaving’. Bij verslaving gaat het niet alleen om hoe lang je op de smartphone zit, maar om factoren als afhankelijkheid, controleverlies en doorgaan in het licht van negatieve consequenties [5]. Ter illustratie: als volwassene moet je soms ook acht uur per dag op je laptop werken, maar dat betekent nog niet dat je verslaafd bent aan je laptop. Veel jongeren gebruiken hun smartphone óók voor het studeren en andere nuttige zaken. Veelvuldig gebruik is nog geen verslaving. Excessief smartphone gebruik kan wel resulteren in klachten met een verslavend karakter [6,7,8]. Neem nomofobie (No mobile fobia): de angst om niet continue bereikbaar te zijn via je smartphone [9]. Of fantoomtrillingen (rinxiety), waarbij je onterecht het gevoel hebt dat je een melding binnenkrijgt waardoor je continu je telefoon checkt [10].

 

Dat deze problemen kunnen ontstaan komt omdat smartphones in feite kleine gokmachines zijn die je belonen voor het scrollen en klikken. Het is een beetje vergelijkbaar met hoe ratjes in een onderzoek bleven klikken op een pedaaltje dat in directe verbinding stond met een elektrode in het beloningscentrum van hun brein [11] (zie Afbeelding 2). Doordat jongeren voortdurend beloond worden voor hun klik- en scrolgedrag ontstaan gewoontes. Een gewoonte is gedrag wat je zo vaak hebt herhaald dat het op de automatische piloot wordt gegooid in je brein. Gewoontes ontstaan wanneer triggers (bijv. notificaties), gedrag (scrollen of klikken) en beloningen (zoals een nieuwtje of een like; zie Afbeelding 3) herhaaldelijk kort op elkaar volgen. Doordat gewoontes ontstaan wordt het nóg moeilijker om niet naar de telefoon te grijpen.

 

Afbeelding 2. Rattenonderzoek.

N.B. Onderzoeksratten die blijven klikken op een pedaaltje om zo via een elektrode hun beloningscentrum continu te stimuleren (linkerkant afbeelding) worden vergeleken met het klikgedrag van jongeren op hun smartphone voor een snelle digitale beloning (rechterkant afbeelding).

 

Afbeelding 3. De gewoontevormingscyclus toegepast op smartphones.  

Een leerling ervaart stress of verveling tijdens het maken van huiswerk (trigger). Hierna grijpt de leerling naar de smartphone (gedrag) om afleiding te zoeken. De meeste apps geven een onmiddellijke (beloning) af wat de kans vergroot dat de leerling in een toekomstige vergelijkbare situatie naar de smartphone grijpt. Over tijd heen ontstaat een gewoonte.

 

Smartphones leiden jongeren af

Een van de meest genoemde negatieve consequenties van smartphones is de afleiding. Je kunt daarbij een onderscheid maken tussen interne afleiding, waarbij je zelf naar je smartphone grijpt en externe afleiding, waarbij je smartphone jou afleidt door bijvoorbeeld een notificatie. Afleiding beïnvloedt het leerproces op meerdere momenten.

 

Ten eerste vinden jongeren het moeilijker om te starten met leren door hun smartphones. Dat is goed te verklaren aan de hand van de temporele motivatie theorie [12] (lees meer over deze theorie in David’s boek). Uit de theorie volgt dat je motivatie gedeeltelijk afhankelijk is van de tijdsduur waarop je een beloning kunt verwachten. Bij leerstof ligt de potentiële beloning zoals een cijfer, diploma of baan heel ver in de toekomst, zeker vanuit het oogpunt van een tiener [13]. Je smartphone verleid je echter constant met onmiddellijke beloningen zoals berichtjes van vrienden, games of likes op jouw foto’s.

 

Ten tweede vinden jongeren het moeilijker om leren vol te houden, omdat ze tijdens het leren worden afgeleid door hun smartphones [14]. Zo is het tijdens moeilijke of saaie momenten lastig om die stress of verveling niet te onderdrukken met afleiding van de smartphone. Ook kunnen jongeren het gevoel krijgen dat ze iets ‘belangrijks’ missen van vrienden (fear of missing out). En natuurlijk interrumpeert de smartphone ook tijdens het leren met notificaties.

 

Omdat het lastig is de verleidingen van de smartphone te weerstaan gaan jongeren multi-tasken. Tijdens het leren door bijvoorbeeld ook snel even antwoorden op een berichtje van een vriend(in). Het kan efficiënt voelen om te multi-tasken, maar feitelijk kan je brein geen aandacht schenken aan verschillende taken tegelijkertijd. Je brein schakelt tussen de smartphone en het leerwerk (task-switchen is dus een meer logische term) en betaald hiervoor wisselkosten (zie ook Afbeelding 4). Als je net op je smartphone hebt gezeten kost het bijvoorbeeld weer even tijd voordat je begrijpt wat je ook alweer aan het schrijven of lezen was. Het switchen tussen taken is niet alleen een stuk minder efficiënt dan de taken na elkaar doen, het kost het brein ook meer energie. “Task switchen” is zelfs zo belastend voor het brein, dat het in laboratoria wordt ingezet om stress op te wekken bij deelnemers [15]. En nog heftiger; onderzoek laat zien dat multi-taskers, ten opzichte van mensen die net geblowd hadden, tweemaal langzamer waren en meer fouten maakten [16].

 

Afbeelding 4. Het principe van ‘wisselkosten’ schematisch weergegeven.

Taak 1 is de huiswerktaak, taak 2 een berichtje op de smartphone. Wanneer je wisselt tussen taken betaal je voortdurend wisselkosten. Dit resulteert in stress, want je moet harder werken om de effecten ongedaan te maken, de totale tijd duurt langer en mensen maken meer fouten.

 

Smartphones veranderen mogelijk de manier waarop we lezen

Een ander potentieel probleem van smartphones is dat er aanwijzingen zijn dat ze de manier veranderen waarop we lezen [17,18]. Doordat er te veel informatie op internet staat moeten we snel bepalen of de informatie waardevol is en daardoor focussen we vooral op kopjes en sleutelwoorden. Daarnaast staat het internet vol reclame-uitingen en hyperlinks die we moeten negeren als we teksten willen begrijpen. Ten slotte raken jongeren gewend aan korte bericht op social media zoals Instagram, Facebook en Twitter. Ons brein is adaptief en past zich goed aan de omstandigheden aan, met als gevolg dat we teksten meer scannen dan dat we ze rustig lezen [19]. Helaas passen mensen deze techniek vervolgens automatisch toe op teksten waarbij rustig lezen van belang is, omdat het brein nu eenmaal goed wordt in wat het vaak doet. Het scannen van teksten is een gewoonte aan het worden en dat bemoeilijkt mogelijk tekstbegrip [20], alhoewel er ook onderzoek is dat laat zien dat tekstbegrip op een e-reader niet wezenlijk verschilt van lezen op papier [21].

 

De leerprestaties kunnen achteruitgaan

In feite moet een, in de ogen van leerlingen, stoffig leerboek, de competitie aangaan met een hypermoderne en interactieve smartphone, ontworpen en doorontwikkeld om te verleiden. Natuurlijk komt de smartphone dan als winnaar uit de bus. Smartphones zorgen er dan ook voor dat de leerprestaties achteruit kunnen gaan. Zo zorgden notificaties die binnenkomen voor significant verminderde prestaties op een test [22]. Schokkender nog is dat zelfs de aanwezigheid van de smartphone, zelfs wanneer deze in je broekzak zit, zorgt voor extra mentale belasting wat presteren moeilijker maakt [23]. We doen er dus wellicht goed aan om ook wat compassie op te brengen voor onze jongeren; leren is moeilijker geworden omdat we nu in een maatschappij leven met afleidende smartphones.

 

Ethische dilemma’s met smartphones

Los van de invloed van smartphones op leerprestaties zijn er ook nog de morele zorgen bij smartphonegebruik. Sinds de opkomst van het internet en de smartphones zijn er nauwelijks regels opgesteld voor het gebruik en de inhoud hiervan. Mede hierdoor zie je dat er ook moreel verwerpelijke dingen op smartphones gebeuren zoals cyberpesten, wat een probleem is op veel middelbare scholen [24]. Een ander risico is dat jongeren worden blootgesteld aan seksueel getinte berichten, schokkend materiaal of nepnieuws. Momenteel krijgen jongeren hier nog maar weinig hulp bij. Hoe blijf je bijvoorbeeld emotioneel weerbaar als je online wordt gepest? Hoe komt het dat algoritmes van YouTube je steeds schokkender materiaal tonen? Wanneer herken je bij jezelf dat je smartphonegebruik problematisch is en hoe kun je hier adequaat op reageren? Zonder deze antwoorden is het lastig voor jongeren om een gezonde relatie met de smartphone op te bouwen. (Wil je hier op school hulp bij? Neem dan contact op).

 

Afbeelding 5. Een impressie van een workshop van Neuro Habits over (onder andere) smartphone gebruik van jongeren.

 

Die ongezonde relaties met smartphones kunnen ervoor zorgen dat het mentale welzijn van jongeren afneemt [25]. Zo gaat passief gebruik, niet zelf typen, maar vooral scrollen en liken, gepaard met gevoelens van eenzaamheid en jaloezie bij zo’n 20% van de jongeren [26]. Verder zijn er studies die positieve verbanden laten zien tussen gebruik van smartphones enerzijds en angst-, depressie- en stressklachten anderzijds [27,28,29]. We zien ook dat drie op de tien jongeren al stress ervaart door de prestatiedruk vanuit hunzelf en ouders [30]. Jongeren lijken hun smartphone vaak te gebruiken om van hun dagelijkse stress af te komen [31], met als gevolg dat ze steeds afhankelijker worden van hun smartphone. Hoe vaker ze naar de verslavende apps gaan, hoe sterker de gewoonte wordt om bij negatieve gevoelens steeds de smartphone te pakken en afgeleid te raken. Deze stresscoping zorgt mogelijk voor meer negatieve dan positieve gevolgen [32].

 

Enige nuance op het onderzoek naar smartphones en de vermeende nadelen
Al die onderzoeken op een rijtje geven geen fris beeld van de smartphone. Maar net zoals bij de term ‘verslaving’ zijn er ook kanttekeningen te plaatsen bij de nadelige effecten van smartphones. Allereerst zijn veel van de onderzoeken gebaseerd op samenhang (correlaties) en niet op basis van oorzakelijke verbanden (causaties) [33]. Maken eenzamere jongeren bijvoorbeeld meer gebruik van smartphones? Of zorgt smartphone gebruik ervoor dat je je eenzamer voelt? Ten tweede zie je dat veel data is gebaseerd op zelfrapportage aan de hand van vragenlijsten, wat niet altijd overeenkomt met daadwerkelijk gebruik [34,35]. Het is lastig om bewust te zijn van alle momenten dat je op je smartphone zit. Zo schat je je telefoon gebruik misschien te laag in omdat onbewust gebruik maakt van je telefoon tijdens het wachten of op de wc. Dit zijn gewoontes die je automatisch uitvoert. Tenslotte wordt in onderzoek ‘schermtijd’ vaak op één hoop gegooid, maar je oma facetimen of op social media scrollen zullen waarschijnlijk verschillende effecten hebben op je welzijn en gedrag. Al met al zien we dat smartphones met veel nadelen in verband worden gebracht, maar dat de specifieke relaties nog niet altijd duidelijk zijn.

 

  1. Argumenten voor gebruik van smartphones door jongeren

 

Smartphones kunnen ons leven makkelijker maken

Smartphones hebben natuurlijk ook voordelen. Ten eerste maken smartphones ons leven op een aantal aspecten makkelijker. Zo vinden wij, de schrijvers, het bijvoorbeeld prettig om altijd een groot extern geheugen bij ons te dragen waar we to-do-lijstjes in kunnen opslaan, we hebben altijd een agenda bij de hand die ons herinnert aan belangrijke afspraken en we luisteren er dagelijks podcasts of luisterboeken op. Verder hebben we een telefoon, de mogelijkheid om berichten te sturen, portemonnee, camera, televisie, GPS, weervoorspeller, vertaalapparaat, muziek, de mogelijkheid om tal van handige apps te downloaden en toegang tot het internet. Gezien de hoeveelheid aan mogelijkheden en het gebruiksgemak is het natuurlijk niet vreemd dat de smartphone zo alomtegenwoordig is…

 

Smartphones kunnen het leerproces ondersteunen

Smartphones kunnen het leerproces ondermijnen, maar ze kunnen ook helpen bij het leren en ontwikkelen [36]. Duizenden docenten en specialisten die informatie en vaardigheden online kunnen herhalen, voordoen of beschrijven op het moment dat jij het nodig hebt. Miljoenen mensen die je kunnen inspireren om verder te komen in je ontwikkeling. Spelenderwijs ervaringen opdoen waardoor leren motiverender kan worden, toetsen die zich aanpassen op jouw niveau en informatie die op het juiste moment wordt herhaald zodat het beter beklijft in je langetermijngeheugen. Zo worden smartphones bijvoorbeeld stelselmatig ingezet om verpleegsters bij te scholen. Een meta-analyse die meer dan 3400 onderzoeken bundelde wees uit dat dit resulteerde in meer kennis, vaardigheden en een versterkt zelfvertrouwen in wat ze deden [37]. Smartphones kunnen het leerproces dus wel degelijk ondersteunen, mits ze goed worden ingezet. Eerdere onderzoeken waar we naar verwezen lieten namelijk vooral zien dat smartphones vooralsnog het leerproces in de weg te zitten. Op een school in Zweden na, waar docenten de smartphones in hun voordeel lieten werken [38].

 

Smartphones kunnen connectie ondersteunen
Een ander mogelijk voordeel van smartphones is dat ze (het onderhoud van) contact, een menselijke basisbehoefte, kunnen vergemakkelijken [39]. Zo maken smartphones het makkelijker om vrienden en liefdes [40] te vinden buiten de directe leefomgeving (de keerzijde is dat het voor keuzestress kan zorgen). Je staat letterlijk in contact met de wereld. Daarnaast vinden jongeren het vaak nog wat lastig om te communiceren en over problemen te praten. Indirect contact via de smartphone versoepelt dit [41] en het kan ook empathische reacties versterken [42]. Onderzoek wijst dan ook uit dat smartphonegebruik eenzaamheid kan tegengaan en een gevoel van verbondenheid kan vergroten [43]. Ook in coronatijd hebben smartphones er waarschijnlijk aan bijgedragen dat sommige jongeren minder eenzaamheid ervoeren dan wanneer zij geen smartphones hadden gehad in deze periode [44,45,46]. Het accent ligt echter wel op ‘kan’, want eerder beschreven we al dat smartphonegebruik eenzaamheid ook kan vergroten. Onderzoek laat zien dat het vooral ligt aan de manier waarop de smartphone gebruikt wordt. Jongeren die actief communiceren door zelf te typen gingen erop vooruit, jongeren die vooral passief scrolden en keken gingen er op achteruit [43]. Als mensen in aanraking komen met smartphones, is het dus belangrijk dat ze dit soort goede gewoontes aanleren. Een verbod zorgt daar niet voor.

 

Smartphones helpen jongeren mediawijs te worden

In de afgelopen decennia is onze maatschappij vooral verandert op technologisch gebied en die trend neemt vermoedelijk niet snel af. We zullen meer en meer interacteren met technologie en digitale media. Ook is mediawijsheid een steeds belangrijkere vaardigheid om toe te treden tot de arbeidsmarkt [47]. Verder worden jongeren gebombardeerd met nepinformatie. Het is dus belangrijk dat we jongeren helpen mediawijs te worden en het gebruik van smartphones draagt daaraan sterk bij [48]. Smartphones zorgen er enerzijds voor dat jongeren beter begrijpen hoe ze moeten interacteren met digitale apparaten. Anderzijds kan het jongeren leren inzien dat veel media die op internet te zien zijn, zijn gemanipuleerd, juist omdat ze zelf ook via social media in staat worden gesteld om beeldmateriaal eenvoudig te manipuleren.

 

De angst voor smartphones is geboren uit een angst voor nieuwe technologie
Er is ook een grote groep mensen die de angst voor smartphones maar gezeur vindt. Zij wijzen erop dat de opkomst van iedere nieuwe technologie gepaard gaat met onheilspellers die denken dat de wereld zal vergaan. Aristoteles scheen al angstig te zijn geweest voor het aanleren van schrijfvaardigheden; het zou een gevaar zijn voor het geheugen om te schrijven. In kranten werd vroeger gewaarschuwd voor het gevaar voor fictieboeken, terwijl het veelvuldig lezen daarvan nu juist empathie blijkt te ondersteunen [49]. Van tv’s werd gedacht dat mensen er dommer van worden. En alhoewel hier enige evidentie voor is lijkt het vooral te komen doordat mensen tijdens het tv-kijken niet bewegen [50]. Maar het maakt vast ook uit of je Temptation Island kijkt of Tegenlicht [51]. De smartphone is volgens sommige critici de volgende technologische ontwikkeling die over een jaar of tien wellicht meer voordelen dan nadelen blijkt te hebben [52]. In een speciale editie van The Scientific American over smartphones wijzen meer dan 20 onderzoekers er op dat té veel nooit goed is, maar dat smartphones in principe niet zoveel gevaar aanrichten als waar ze van worden beticht [53].

 

Vrijwel iedereen komt op een gegeven moment in aanraking met een smartphone
In 2019 gebruikte 84% van de Nederlanders een smartphone met internet (CBS) [54] en de meeste jongeren zullen er op een punt aan blootgesteld worden. Alomtegenwoordigheid hoeft echter geen argument te zijn om jongeren eraan bloot te stellen, alcohol is immers ook overal verkrijgbaar. Als de kwaliteit van leven beter is zonder smartphones, moeten we misschien geheelonthouding makkelijker maken of mensen stimuleren om zo laat mogelijk te beginnen. Het is dan ook niet gek dat de mensen die de smartphones mede hebben ontwikkeld hun kinderen er zoveel mogelijk van proberen te onthouden [55]. Dat neemt niet weg dat kinderen op een gegeven moment de rechten van een volwassene krijgen en het overgrote merendeel er mee in aanrijking komt. Daarom zou een rijbewijs-model interessant kunnen zijn, waarbij jongeren pas op de volwassen gerechtigde leeftijd met smartphones in aanraking zouden kunnen komen wanneer ze daar onder begeleiding aan blootgesteld zijn. Maar tot de tijd dat de overheid zich daarvoor inspant of er groepen mensen opstaan om de overheid te bewegen technologiebedrijven te reguleren zit er voor onderwijzers (docenten en ouders) maar één ding op: jongeren goede gewoontes aanleren zodat de voordelen van smartphones zoveel mogelijk prevaleren over de nadelen.

 

Dus… zijn smartphones nu een lust of een last?
De smartphone is dus duidelijk een tweekoppig monster. Door smartphones te gebruiken en daar ervaringen mee op te doen krijg je te maken met risico’s, maar ook met kansen en mogelijkheden [56]Hoogleraar communicatie Patti Valkenburg zegt dat de voordelen vooralsnog zwaarder wegen dan de nadelen [52], maar wij vinden het moeilijk in die conclusie mee te gaan. Alleen per individu kun je bepalen of de voordelen de nadelen overwegen. De reden dat we in de volgende blog vooral ingaan op tips om een verstandige omgang te ondersteunen is omdat we pragmatisch willen zijn. Er zijn al oproepen geweest om het gebruik van telefoons op scholen aan banden te leggen [57], maar die hebben weinig opgeleverd. Ook zitten we liever aan de voorzichtige kant. We vermoeden dat als er uiteindelijk meer voordelen dan nadelen zijn, dit vooral geldt voor jongeren die de smartphones niet té veel gebruiken. Ook daarom is het verstandig om meer in te zetten op verstandiger gebruik. Toegegeven, het is moeilijk om jongeren de skills bij te brengen om zich te wapenen tegen de gewiekste koppen van Silicon Valley. Toch gaan we in de volgende blog een poging doen.

 

 

 

 

 

Literatuurlijst

 

  1. (2019, 26 augustus). Nederlanders zitten 34 dagen per jaar op smartphone. Geraadpleegd op 4 mei 2022, van https://www.emerce.nl/wire/nederlanders-zitten-34-dagen-per-jaar-smartphone
  2. Onderwijs van Morgen. (2020, 19 juni). Schermtijd jonge kinderen fors toegenomen door coronacrisis. Geraadpleegd op 15 mei 2022, van https://www.onderwijsvanmorgen.nl/ovm/schermtijd-jonge-kinderen-fors-toegenomen-door-coronacrisis/
  3. Kinderen langer achter beeldscherm dan ze zelf verantwoord vinden
  4. Bowles, N. (2018, 29 oktober). A dark consensus about screens and kids begins to emerge in silicon valley. The New York Times. Geraadpleegd op 15 mei 2022, van https://www.nytimes.com/2018/10/26/style/phones-children-silicon-valley.html
  5. Panova, T., & Carbonell, X. (2018). Is smartphone addiction really an addiction?. Journal of Behavioral Addictions, 7(2), 252-259. https://doi.org/10.1556/2006.7.2018.49 
  6. De-Sola Gutiérrez, J., Rodríguez de Fonseca, F., & Rubio, G. (2016). Cell-phone addiction: A review. Frontiers in Psychiatry, 7, 175. https://doi.org/10.3389/fpsyt.2016.00175
  7. Shoukat, S. (2019). Cell phone addiction and psychological and physiological health in adolescents. EXCLI Journal, 18, 47-50. http://dx.doi.org/10.17179/excli2018-2006
  8. Van Deursen, A. J., Bolle, C. L., Hegner, S. M., & Kommers, P. A. (2015). Modeling habitual and addictive smartphone behavior. Computers in Human Behavior, 45, 411–420. https://doi.org/10.1016/j.chb.2014.12.039
  9. Bhattacharya, S., Bashar, M., Srivastava, A., & Singh, A. (2019). NOMOPHOBIA: NO MObile PHone PhoBIA. Journal of Family Medicine and Primary Care, 8(4), 1297. https://doi.org/10.4103/jfmpc.jfmpc_71_19
  10. Lin, Y. H., Lin, S. H., Li, P., Huang, W. L., & Chen, C. Y. (2013). Prevalent hallucinations during medical internships: Phantom vibration and ringing syndromes. PLoS ONE, 8(6), e65152. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0065152
  11. Olds, J., & Milner, P. (1954). Positive reinforcement produced by electrical stimulation of septal area and other regions of rat brain. Journal of Comparative and Physiological Psychology, 47(6), 419–427. https://doi.org/10.1037/h0058775
  12. Siaputra, I. B. (2010). Temporal motivation theory: Best theory (yet) to explain procrastination. Anima Indonesian Psychological Journal, 25(3), 206-214. https://doi.org/10.24123/aipj.v37i1
  13. Jolles, J. (2017). Het tienerbrein: Over de adolescent tussen biologie en omgeving (1ste editie). Amsterdam University Press.
  14. Siebers, T., Beyens, I., Pouwels, J. L., & Valkenburg, P. M. (2021). Social media and distraction: An experience sampling study among adolescents. Media Psychology, 25(3), 343–366. https://doi.org/10.1080/15213269.2021.1959350
  15. Mark, G., Gudith, D., & Klocke, U. (2008). The cost of interrupted work: More speed and stress. Proceeding of the twenty-sixth annual CHI conference on Human factors in computing systems – CHI ’08. https://doi.org/10.1145/1357054.1357072
  16. Hari, J. (2022). Stolen focus: Why you can’t pay attention–and how to think deeply again.
  17. Liu, Z. (2021). Reading in the age of digital distraction. Journal of Documentation. https://doi.org/10.1108/jd-07-2021-0130
  18. Wolf, M. (2018, 25 augustus). Skim reading is the new normal. The effect on society is profound. The Guardian. Geraadpleegd op 17 mei 2022, van https://www.cswe.org/CSWE/media/Diversity-Center/Pedagogical-Resources.pdf
  19. Baron, N. S., & Mangen, A. (2021). Doing the Reading: The Decline of Long Long-Form Reading in Higher Education. Poetics Today, 42(2), 253–279. https://doi.org/10.1215/03335372-8883248
  20. Støle, H., Mangen, A., & Schwippert, K. (2020). Assessing children’s reading comprehension on paper and screen: A mode-effect study. Computers & Education, 151, 103861. https://doi.org/10.1016/j.compedu.2020.103861
  21. Mangen, A., Olivier, G., & Velay, J. L. (2019). Comparing comprehension of a long text read in print book and on kindle: Where in the text and when in the story? Frontiers in Psychology, 10. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2019.00038
  22. Graben, K., Doering, B. K., & Barke, A. (2022). Receiving push-notifications from smartphone games reduces students learning performance in a brief lecture: An experimental study. Computers in Human Behavior Reports, 5, 100170. https://doi.org/10.1016/j.chbr.2022.100170
  23. Ward, A. F., Duke, K., Gneezy, A., & Bos, M. W. (2017). Brain drain: The mere presence of one’s own smartphone reduces available cognitive capacity. Journal of the Association for Consumer Research, 2(2), 140–154. https://doi.org/10.1086/691462
  24. Brighi, A., Guarini, A., Melotti, G., Galli, S., & Genta, M. L. (2012). Predictors of victimisation across direct bullying, indirect bullying and cyberbullying. Emotional and Behavioural Difficulties, 17(3–4), 375–388. https://doi.org/10.1080/13632752.2012.704684
  25. Valkenburg, P. M., Meier, A., & Beyens, I. (2022). Social media use and its impact on adolescent mental health: An umbrella review of the evidence. Current Opinion in Psychology, 44, 58–68. https://doi.org/10.1016/j.copsyc.2021.08.017
  26. Tandoc, E. C., Ferrucci, P., & Duffy, M. (2015). Facebook use, envy, and depression among college students: Is facebooking depressing? Computers in Human Behavior, 43, 139–146. https://doi.org/10.1016/j.chb.2014.10.053
  27. Vahedi, Z., & Saiphoo, A. (2018). The association between smartphone use, stress, and anxiety: A meta-analytic review. Stress and Health, 34(3), 347–358. https://doi.org/10.1002/smi.2805
  28. Demirci, K., Akgönül, M., & Akpinar, A. (2015). Relationship of smartphone use severity with sleep quality, depression, and anxiety in university students. Journal of Behavioral Addictions, 4(2), 85–92. https://doi.org/10.1556/2006.4.2015.010
  29. Elhai, J. D., Dvorak, R. D., Levine, J. C., & Hall, B. J. (2017). Problematic smartphone use: A conceptual overview and systematic review of relations with anxiety and depression psychopathology. Journal of Affective Disorders, 207, 251–259. https://doi.org/10.1016/j.jad.2016.08.030
  30. Mentaal Kapitaal : Welke factoren spelen een rol bij ongezonde stress, prestatiedruk, schoolverzuim/thuiszitten en schooluitval? (2021). Regionale Kenniswerkplaats Jeugd en Gezin Centraal. https://www.steunpuntpassendonderwijs-povo.nl/wp-content/uploads/2021/11/Factsheet-Mentaal-Kapitaal-Deelonderzoek-1_FINAL_web.pdf
  31. Snodgrass, J. G., Lacy, M. G., Dengah, H. F., Eisenhauer, S., Batchelder, G., & Cookson, R. J. (2014). A vacation from your mind: Problematic online gaming is a stress response. Computers in Human Behavior, 38, 248–260. https://doi.org/10.1016/j.chb.2014.06.004
  32. Machell, K. A., Goodman, F. R., & Kashdan, T. B. (2014). Experiential avoidance and well-being: A daily diary analysis. Cognition and Emotion, 29(2), 351–359. https://doi.org/10.1080/02699931.2014.911143
  33. Resnick, B. (2019, 16 mei). Smartphones, teens, and depression: Should we panic? Not yet. Geraadpleegd op 17 mei 2022, van https://www.vox.com/science-and-health/2019/2/20/18210498/smartphones-tech-social-media-teens-depression-anxiety-research
  34. Scharkow, M. (2016). The accuracy of Self-Reported internet Use—A validation study using client log data. Communication Methods and Measures, 10(1), 13–27. https://doi.org/10.1080/19312458.2015.1118446
  35. Verbeij, T., Pouwels, J. L., Beyens, I., & Valkenburg, P. M. (2021). The accuracy and validity of self-reported social media use measures among adolescents. Computers in Human Behavior Reports, 3, 100090. https://doi.org/10.1016/j.chbr.2021.100090
  36. Singh, M. K. K., & Samah, N. A. (2018). Impact of smartphone: A review on positive and negative effects on students. Asian Social Science, 14(11), 83. https://doi.org/10.5539/ass.v14n11p83
  37. Maij, D. [Dr.  David L.  R.  Maij]. (2022, 25 mei). De evidence-informed industrie in de onderwijswetenschap [LinkedIn post]. LinkedIn. https://www.linkedin.com/posts/neurohabits_opinie-bewezen-onderwijsinterventies-zijn-activity-6935255366586789888-2lyM?utm_source=linkedin_share&utm_medium=member_desktop_web
  38. Kessel, D., Hardardottir, H. L., & Tyrefors, B. (2020). The impact of banning mobile phones in Swedish secondary schools. Economics of Education Review, 77, 102009. https://doi.org/10.1016/j.econedurev.2020.102009
  39. Koutamanis, M., Vossen, H. G., Peter, J., & Valkenburg, P. M. (2013). Practice makes perfect: The longitudinal effect of adolescents’ instant messaging on their ability to initiate offline friendships. Computers in Human Behavior, 29(6), 2265–2272. https://doi.org/10.1016/j.chb.2013.04.033
  40. (2019, 27 november). Finding love online: More than half of couples set to meet via the internet. Sky News. Geraadpleegd op 17 mei 2022, van https://news.sky.com/story/finding-love-online-more-than-half-of-couples-set-to-meet-via-the-internet-11871341
  41. Valkenburg, P. M., & Peter, J. (2009). Social consequences of the internet for adolescents. Current Directions in Psychological Science, 18(1), 1–5. https://doi.org/10.1111/j.1467-8721.2009.01595.x
  42. Vossen, H. G., & Valkenburg, P. M. (2016). Do social media foster or curtail adolescents’ empathy? A longitudinal study. Computers in Human Behavior, 63, 118–124. https://doi.org/10.1016/j.chb.2016.05.040
  43. Burke, M., Marlow, C., & Lento, T. (2010). Social network activity and social well-being. Proceedings of the 28th international conference on Human factors in computing systems – CHI ’10. https://doi.org/10.1145/1753326.1753613
  44. Cauberghe, V., Van Wesenbeeck, I., De Jans, S., Hudders, L., & Ponnet, K. (2021). How adolescents use social media to cope with feelings of loneliness and anxiety during COVID-19 lockdown. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking, 24(4), 250–257. https://doi.org/10.1089/cyber.2020.0478
  45. Lisitsa, E., Benjamin, K. S., Chun, S. K., Skalisky, J., Hammond, L. E., & Mezulis, A. H. (2020). Loneliness among young adults during covid-19 pandemic: The mediational roles of social media use and social support seeking. Journal of Social and Clinical Psychology, 39(8), 708–726. https://doi.org/10.1521/jscp.2020.39.8.708
  46. Vrana, R. (2016). Digital literacy as a boost factor in employability of students. Information Literacy: Key to an Inclusive Society, 169–178. https://doi.org/10.1007/978-3-319-52162-6_17
  47. Park, S., & Burford, S. (2013). A longitudinal study on the uses of mobile tablet devices and changes in digital media literacy of young adults. Educational Media International, 50(4), 266–280. https://doi.org/10.1080/09523987.2013.862365
  48. Dodell-Feder, D., & Tamir, D. I. (2018). Fiction reading has a small positive impact on social cognition: A meta-analysis. Journal of Experimental Psychology: General, 147(11), 1713–1727. https://doi.org/10.1037/xge0000395
  49. Hoang, T. D., Reis, J., Zhu, N., Jacobs, D. R., Launer, L. J., Whitmer, R. A., Sidney, S., & Yaffe, K. (2016). Effect of early adult patterns of physical activity and television viewing on midlife cognitive function. JAMA Psychiatry, 73(1), 73. https://doi.org/10.1001/jamapsychiatry.2015.2468
  50. Flora, C. (2018). Are smartphones really destroying the adolescent brain? Scientific American, 318(2), 30–37. https://doi.org/10.1038/scientificamerican0218-30
  51. (2018, 12 maart). Tieners, ouders en de worsteling met de smartphone. Geraadpleegd op 17 mei 2022, van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2222026-tieners-ouders-en-de-worsteling-met-de-smartphone
  52. Scientific American. (2019). Your brain in the smartphone age [E-book].
  53. (2019, 5 september). Internet – Nederland langs de Europese meetlat. Nederland langs de Europese meetlat | 2019. Geraadpleegd op 17 mei 2022, van
  54. Akhtar, A., & Ward, M. (2020, 15 mei). Bill Gates and Steve Jobs raised their kids with limited tech — And it should have been a red flag about our own smartphone use.
  55. Rodríguez-de-Dios, I., Van Oosten, J. M., & Igartua, J. J. (2018). A study of the relationship between parental mediation and adolescents’ digital skills, online risks and online opportunities. Computers in Human Behavior, 82, 186–198. https://doi.org/10.1016/j.chb.2018.01.012
  56. Kan, A. R. (2021, 4 januari). De smartphone moet de school uit. de Volkskrant. Geraadpleegd op 17 mei 2022, van https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/de-smartphone-moet-de-school-uit~b4c551c7/

 

Ben je ook benieuwd wat Neuro Habits voor jou, je collega’s of je leerlingen kan betekenen? Kijk gerust even rond op onze site of neem contact op

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Hannelore Hemeltjen

Onderwijskundige

Hannelore Hemeltjen is al meer dan 25 jaar docent aardrijkskunde en een ervaren trainer in het onderwijs. Nadat ze de master Learning & Innovation succesvol heeft afgerond is ze 4 jaar lang onderwijskundig leider geweest in het VO. Haar passie ligt bij lesgeven en didactiek. Ze richt ze zich nu, naast het lesgeven in het VO, op het begeleiden en trainen van docenten en teams, die hun onderwijs willen versterken. Hannelore is vriendelijk, doeltreffend, enthousiast en kan goed luisteren.

Gespecialiseerd in

Onderwijs

Didactiek

Veranderkundige procesbegeleiding

hannelore

Erik Groot Koerkamp

Onderwijsexpert

Hij is al zijn hele werkzame leven in het onderwijs werkzaam op allerlei plekken en is zeker niet van plan over een paar jaar met pensioen te gaan. Daardoor is het echt je leven lang leren. Hij neemt je graag mee naar talentontwikkeling, formatief handelen, onderzoekend leren en groei-mindset. Erik is creatief, bevlogen en altijd nieuwsgierig.

Gespecialiseerd in

Onderwijsvernieuwing

Reflecteren

Differentiatie

erik-groot-koerkamp-removebg-preview

Neuro Habits gebruikt cookies om uw ervaring op onze site te optimaliseren. Door verder te gaan op onze site gaat u akkoord met ons privacybeleid en de cookies die wij verwerken.

Ronald Flohil, MSc.

Arbeid- en organisatiepsycholoog

Ronald heeft een fascinatie voor menselijk gedrag. Logisch, want hij is Arbeid- en Organisatiepsycholoog. Tijdens zijn studie heeft hij zich gespecialiseerd in Coaching & Vitaliteit binnen organisaties. Hij komt snel tot de kern en werkt oplossingsgericht om tot blijvende gedragsverandering te komen. Ronald is energiek, vriendelijk en analytisch. 

Gespecialiseerd in

Coaching

Vitaliteit

Gedragsverandering

Neuro_Habits_Ronald

Drs. Loes Kreemers

Duurzaamheidspsycholoog

Loes is gespecialiseerd in groen gedrag. Ze is projectleider en onderzoeker bij het lectoraat psychologie voor een duurzame stad bij de Hogeschool van Amsterdam. Hier doet ze onderzoek naar de gedragsverandering die van belang is voor de transitie naar een duurzame maatschappij. Loes studeerde sociale psychologie om te begrijpen waarom mensen bepaalde keuzes maken. Ze promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar gedragsverandering en zelf-compassie. Loes helpt beleidsmakers om duurzame keuzes aantrekkelijk te maken voor breder publiek en adviseert Neuro Habits bij casussen die gaan over groen gedrag.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Groen gedrag

Arbeid & Organisatie

neuro-habits-4

Dr. Inge Wolsink

Arbeid en organisatie psycholoog

Sociaal, slim, gepassioneerd en creatief. Inge is gepromoveerd als arbeid & organisatie psychologe en deed onderzoek naar proactief gedrag en creativiteit aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar promotie-traject ondervond ze zelf de consequenties van hevige stress. Tijdens haar herstel specialiseerde ze zich in de wetenschap achter stress, en volgde een opleiding tot yoga docent in India. Nu helpt ze organisaties en particulieren om op een gezonde manier creativiteit en effectiviteit te bevorderen, en stress te signaleren en reduceren.

Gespecialiseerd in

Stress

Creativiteit

Mindfulness

animatie-website-inge_004

Jay Borger, MSc.

Biopsycholoog

Jay is afgestudeerd als psychobioloog en altijd gepassioneerd geweest over hoe je wetenschappelijke kennis kan gebruiken om mensen fitter en gezonder te maken. Tijdens zijn studiejaren kreeg hij snel door dat er veel informatie is die niet wordt toegepast in de praktijk. Bij Neuro Habits draagt hij zijn kennis over naar de praktijk. Jay is vriendelijk, zorgvuldig en gedreven en staat altijd open voor een gesprek.

Gespecialiseerd in

Gezond gedrag

Slaap

Stress

jay

Drs. Daniël H. D. Maij

Psychiater / adviseur

Daniël is de broer van David. Hij is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft advies vanuit zijn functie als psychiater bij de GGZ-instellingen Parnassia en Antes. Daniël is gespecialiseerd en opleider in de verslavingspsychiatrie en weet zodoende ook alles van gewoontevorming. Daniël’s advies wordt altijd ingewonnen bij verslavingsproblematiek of bij het gebruik van medicijnen. Dit is belangrijk, want psychologen hebben geen geneeskunde gestudeerd en psychiaters wel.

Gespecialiseerd in

Geneeskunde

Arts

Verslaving

Roos Hijner, MSc.

Gedragspsycholoog

Roos wilde vroeger astronaut worden, maar besloot met beide benen op de grond te blijven staan en studeerde af als Psycholoog Arbeid & Gezondheid. Ze is het liefst dagelijks bezig met onderwerpen die er echt toe doen op het snijvlak van mens, welbevinden op het werk en leven lang ontwikkelen. Je mag haar dan ook altijd wakker maken voor een goed gesprek over motivatie, vitaliteit, werkplezier en onderwijs. Roos is bevlogen, nieuwsgierig, betrokken en enthousiast.

Gespecialiseerd in

Onderwijs

Vitaliteit

Werkgeluk

Neuro_Habits_Roos

Dr. Sanne de Wit

Klinisch psycholoog / adviseur

Dr. Sanne de Wit is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft onafhankelijk advies vanuit haar functie als universitair hoofddocent en gewoonteonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van Zelfi, de mobiele applicatie waarmee we onderwijsinstellingen helpen zodat leerlingen en studenten betere leren plannen, reflecteren en concentreren.

Gespecialiseerd in

Klinische psychologie

Gewoontevorming

Zelfi

sanne_gif

Dr. David L. R. Maij

Neuropsycholoog

David komt uit een onderwijsgezin en raakte gebiologeerd door de psychologie van leren en gedragsverandering. David is psycholoog NIP, haalde masters in klinische gezondheidspsychologie en cognitieve neurowetenschappen en promoveerde in de gedragswetenschappen. Zijn passies liggen bij gezondheidsgedrag en het onderwijs. David is kritisch, creatief en vriendelijk. Moeilijke dingen legt hij je makkelijk uit.

Gespecialiseerd in

Gewoontevorming

Onderwijs

Brein

david
Stel ons een vraag
Stel nu je vraag via Whatsapp
Hi! 👋
Hoe kunnen wij helpen?