Studiedag Neuro Habits

De succesformule voor studiedagen – In 7 stappen een studiedag met impact!

Veel studiedagen zijn ineffectief

De meeste onderwijsinstellingen hebben één tot vier studiedagen per jaar. In de loopbaan van docenten kunnen er dus wel tientallen voorkomen. Daarnaast is bij studiedagen soms veel geld gemoeid. Het is dus belangrijk dat die studiedagen nuttig en effectief zijn. Dat ze de kennis van de docenten en de kwaliteit van het onderwijs verhogen. Onze psychologen staan iedere maand wel op een paar studiedagen. We hebben vaak relatief weinig tijd hebben om onze kennis of een bepaalde vaardigheid over te brengen. Zo wordt ons vaak gevraagd om een masterclass of een lezing te verzorgen van drie kwartier en met een beetje geluk mogen we een uur of twee stilstaan bij een onderwerp in een workshop. Naast ons zijn er vaak nog andere partijen die ook een korte lezing, masterclass, inspiratiesessie of workshop verzorgen. Soms over totaal andere onderwerpen. Wij vragen ons af wat nu precies de leeropbrengst is van de studiedagen.

 

Als docent krijg je op een studiedag behoorlijk wat uiteenlopende informatie op je afgevuurd. Dat zal sommige docenten inspireren. Maar inspiratie is voor de meeste mensen niet voldoende om ergens echt mee aan de slag te gaan. Niet voor niets stranden de meeste goede voornemens. We willen het een, maar we doen het ander. Dat is niet gek, het is extreem lastig om ingeslepen gedragspatronen te veranderen (hier spreekt een gewoontevormingsonderzoeker). Het is dus normaal dat het lastig is om informatie uit studiedagen om te zetten naar concreet gedrag. Zeker als er geen nazorg of opvolging wordt gefaciliteerd. Uit ons vragenlijstonderzoek blijkt dan ook dat het merendeel van de docenten aangeeft dat ze een week of twee na de studiedag al weinig meer doen met de informatie die hen is aangereikt op de studiedag. Nog los van het gegeven dat gedrag veranderen aan de hand van informatie moeilijk is, zijn er andere redenen dat de informatie soms niet wordt opgepakt. Zo hebben veel docenten bijvoorbeeld de indruk dat de onderwerpen die worden aangereikt op studiedagen niet altijd goed aansluiten bij de behoeften die op dat moment spelen. Ook wordt er niet altijd nazorg/ follow up gefaciliteerd.

 

Neuro Habits Studiedagen

 

Wij testen nu meer dan een half jaar met systematisch opgezette studiedagen die de leeropbrengst inzichtelijker maakt en die waarborgt dat de informatie behouden blijft in de onderwijsinstelling. Nog iets preciezer; we inventariseren de behoeften, dragen kennis of vaardigheden over, laten docenten experimenteren met de kennis of vaardigheden, zorgen dat docenten onderling ervaringen delen en komen terug om te borgen dat de kennis behouden blijft. Door de hoeveelheid enthousiaste reacties op deze werkwijze hebben we besloten te delen hoe je studiedagen kunt opzetten met impact.

Stap 1. Inventariseer tijdig waar de behoeften liggen

Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle studiedag is draagvlak. Inventariseer dus op tijd (minstens drie maanden van tevoren) waar de behoeften en interesses liggen van je collega’s. Organiseer jij de studiedag? Zet dan nu een reminder in je agenda vier maanden voor de studiedag. Die behoeften en interesses kun je inventariseren met vragenlijsten (wij hebben inmiddels kant en klare vragenlijsten voor je liggen mocht je hier behoefte aan hebben).

 

Het kan zijn dat jouw school al een uitgekristalliseerd meerjarenplan heeft en dat je vooral een onderwerp wilt dat aansluit bij dat plan. Vooropgesteld, merenjarenplannen met een stevige onderbouwde visie klinken als muziek in de oren en moedigen we van harte aan. Dat gezegd hebbende… ook met een meerjarenplan is het verstandig om docenten uit een paar onderwerpen te laten kiezen die aansluiten op het meerjarenplan. Deze strategie zal gesneden koek zijn voor de meeste docenten. Door de behoeften te inventariseren activeer je de voorkennis, je biedt structuur en duidelijkheid over wat er mogelijk aankomt en legt keuzevrijheid/autonomie bij de ander neer. Bovendien helpt een inventarisatie om inzicht te krijgen in zorgen die onderhuids spelen en die misschien nu toch even meer prioriteit moeten krijgen tijdens de studiedag.

 

Stap 2. Zorg dat de studiedag een centraal thema heeft

Wanneer de behoeften zijn geïnventariseerd is het belangrijk om een centraal onderwerp te kiezen voor de studiedag. Communiceer dat onderwerp tijdig en maak duidelijk waarom er voor dit specifieke onderwerp is gekozen. Dat kun je dus onderbouwen aan de hand van je meerjarenvisie of de input van collega’s die je hebt geïnventariseerd. Zorg ervoor dat dit onderwerp enigszins is afgebakend. Wij worden, door onze neuropsychologische achtergrond, regelmatig gevraagd om iets te vertellen over ‘het puberbrein’. Maar binnen dat onderwerp kun je werkelijk ALLE kanten op. Van emotieregulatie tot motivatie, van reflecteren tot evalueren en van samenwerken tot concentreren. Dus als je verschillende partijen uitnodigt om iets te vertellen over ‘het puberbrein’, zul je merken dat de onderwerpen all over the place zijn. Terwijl je dat nu juist wilt voorkomen.

 

Hoe meer onderwerpen er worden besproken, hoe lastiger het is om die informatie te verwerken en een concreet plan op te stellen om de kennis te implementeren. Verandering gaat in kleine stapjes. Daarnaast wil je ook voorkomen dat docenten aan de slag gaan met methoden die haaks op elkaar staan. Dat kan namelijk behoorlijk frustrerend zijn voor de leerlingen. Je kunt best een centraal thema aanwijzen en die van verschillende kanten aanvliegen, mits de onderwerpen en workshopbegeleiders goed op elkaar aansluiten. Om een voorbeeld te geven; bij een school in Rotterdam gaven we een studiedag over leerdoelen. In een lezing bespraken een docent en een psycholoog de belangrijkste theorieën en praktijklessen en vervolgens gingen we in parallelle workshops praktisch aan de slag met dit thema. In de ene workshop werd de motivatiekant behandeld, in een andere de rol van aandacht en in weer een andere hoe je kunt reflecteren op leerdoelen en hoe je leerdoelen kunt evalueren. Doordat de theoretische basis over leerdoelen voor iedereen gelijk is, kan er gemakkelijker kruisbestuiving plaatsvinden, wat weer belangrijk is voor Stap 5: deel je ervaringen.

 

Stap 3. Concretiseer de doelstelling – wat moet de leeropbrengst zijn van de studiedag?

 

Definieer van tevoren wat de doelstelling is van de studiedag. Moet de stand van zaken besproken worden, moeten docenten worden gemotiveerd, moet de kennis worden verrijkt, moeten problemen worden besproken, moeten docenten een vaardigheid onder de knie krijgen en toepassen of wordt er misschien een nieuwe tool geïntroduceerd? Communiceer opnieuw duidelijk wat de verwachtingen zijn over wat er met de informatie op de studiedag wordt gedaan. Dit maakt het gemakkelijker om te kiezen voor de vorm van de studiedag. Als je wilt inspireren of motiveren dan is een lezing een prima optie. Maar als je wilt dat docenten een vaardigheid onder de knie krijgen en implementeren in hun lessen, dan is het logischer om te kiezen voor een workshop met een beperkt aantal deelnemers en voldoende tijd om de vaardigheid te oefenen.

 

Stap 4. Zorg voor een gedegen onderbouwd verhaal

Het is niet altijd noodzakelijk om een externe partij in te huren voor een studiedag. Vraag collega’s bijvoorbeeld eens om een workshop voor elkaar te verzorgen waarin ze iets behandelen wat bij hen in de klas vaak goed werkt. Als je wél een externe partij inhuurt (disclaimer, wij zijn op dit gebied behoorlijk bevooroordeeld), ga dan voor een partij met een goed (wetenschappelijk) onderbouwd verhaal. Je doet er verstandig aan om vooraf te vragen naar bronnen en ideeën waarop de externe partijen zich baseren. Zoek ook op Google (of beter nog Google Scholar) wat de voornaamste kritiek is op deze ideeën. Vraag ook eens naar de effectgrootte van een bepaalde vaardigheid of interventie – wat levert het nu gemiddeld op in onderzoek? Zo behandelen wij uitsluitend methodieken die hun sporen hebben verdiend in wetenschappelijk onderzoek (lees hier meer over de onderwerpen waar wij wetenschappelijke expertise over in huis hebben). Maar ook wetenschappelijk onderzoek zegt soms niet alles. Niet alle onderzoeken laten zich gemakkelijk vertalen naar de praktijk. Daarom hebben we samen met docenten leer.tips opgericht die een goede mix aanbiedt van wetenschap en praktijk.

Neuro Habits Studiedag

Stap 5. Waarborg dat de kennis geïmplementeerd wordt door in de klassen te experimenteren  

Zodra de transfer van informatie en vaardigheden heeft plaatsgevonden is het belangrijk dat docenten deze vaardigheden gaan toepassen in de lessen. Probeer dit in ieder geval enigszins systematisch toe te passen (zie onze flowchart hieronder). Zorg er bijvoorbeeld voor dat docenten aan het eind van de studiedag een plan hebben waarmee ze de komende tijd gaan experimenteren in de les. Het is een persoonlijk plan, dus dit hoeft niet een bureaucratisch drama te worden.  Een goed plan is al: “De komende vier weken begin ik in mijn havo 3 klas met een leerdoel en probeer ik de leerlingen eerst intrinsiek te motiveren voor dat leerdoel met behulp van de informatie uit de workshop over de zelfdeterminatietheorie”. Communiceer ook duidelijk dat er een gevolg aan wordt gegeven, dat er follow up plaatsvindt (zoals in Stap 6 en 7).

Flowchart Studiedag Neuro Habits

Flowchart Studiedagen zoals beschreven in stap 5 t/m 7

Stap 6. Deel de ervaringen op systematische wijze

Informatie in lezingen en workshops lijken vaak simpel, maar docenten weten als geen ander dat het behoorlijk lastig kan zijn om de theorie te vertalen naar de praktijk. Misschien valt die kennis, tool of vaardigheid in de praktijk wel heel erg tegen. Je hebt wellicht geleerd om de autonomie van leerlingen te vergroten, maar in de klas blijkt dat leerlingen totaal niet weten hoe ze tot een verstandige zelfstandige beslissing moeten komen. Er ontbreekt dus een belangrijke voorstap. Dat is waardevolle informatie die gedeeld moet worden met je collega’s.

Een manier om ervaringen te delen kan bijvoorbeeld zijn door een wekelijkse of maandelijkse sessie te reserveren waar docenten hun ervaringen aan elkaar delen. Met behulp van een whiteboard/schoolbord kunnen er gezamenlijke actieplannen en doelen opgesteld worden. Het kan ook waardevol zijn om de partners uit te nodigen die de lezingen/workshops verzorgden. Zo bouwen wij altijd een terugkomdag in waar docenten vervolgvragen kunnen stellen. Pas wanneer docenten geëxperimenteerd hebben komen namelijk de échte vragen en de nuance bovendrijven.

Stap 7. Zorg dat succesverhalen schoolbreed worden ingezet.

Sommige experimenten zullen slagen, andere experimenteren zullen roemloos ten onder gaan. Het is belangrijk om de succesverhalen te koesteren en die schoolbreed in te zetten. De docenten die de vaardigheden onder de knie hebben en succesvol hebben ingezet kunnen bijvoorbeeld een masterclass of workshop geven aan de overige docenten. En misschien zelfs aan andere scholen. Volgens mij is het veel gezonder als scholen informatie delen met elkaar en samen sterker worden in plaats van dat ze competitie met elkaar bedrijven. Er zit nog wel een addertje onder het gras bij het schoolbreed implementeren van vaardigheden. Sommige tools/vaardigheden verliezen juist aan kracht wanneer ze schoolbreed worden ingezet. Als één docent met Kahoot werkt is het nog spannend en nieuw voor leerlingen. Als alle docenten het doen wordt het saai en vervelend. Blijf dus ook  na het schoolbreed implementeren van vaardigheden samenkomen om ervaringen te delen.

Studiedag Neuro Habits

 

Wees er verder op voorbereid dat sommige experimenteren mislukken. Niet alles werkt overal. Of iets werkt is vaak een enorm complex samenspel tussen de docent en diens ervaringen en achtergrond, de leerlingen en diens ervaringen en achtergrond, de school, de groepsdynamiek, leerstof en tal van situationele en omgevingsfactoren. Het is ook niet erg als experimenten falen. Het is wel erg als daar geen lering uit wordt getrokken die behouden blijft binnen de school. Zorg er dus voor dat er op een systematische manier met kennis wordt omgegaan: zodoende bouwen onderwijsinstellingen geleidelijk over de jaren heen kennis op. En als er door uitbreiding van de school nieuwe docenten bijkomen, dan heb je nu een duidelijk beeld van welke kennis en onderwerpen effectief waren en welke niet.

 

Heel veel succes en plezier bij het invullen van je studiedag. En als je enthousiast bent geworden door onze opzet van studiedagen, neem dan contact op :).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ben je ook benieuwd wat Neuro Habits voor jou, je collega’s of je leerlingen kan betekenen? Kijk gerust even rond op onze site of neem contact op

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Drs. Loes Kreemers

Duurzaamheidspsycholoog

Loes is gespecialiseerd in groen gedrag. Ze is projectleider en onderzoeker bij het lectoraat psychologie voor een duurzame stad bij de Hogeschool van Amsterdam. Hier doet ze onderzoek naar de gedragsverandering die van belang is voor de transitie naar een duurzame maatschappij. Loes studeerde sociale psychologie om te begrijpen waarom mensen bepaalde keuzes maken. Ze promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar gedragsverandering en zelf-compassie. Loes helpt beleidsmakers om duurzame keuzes aantrekkelijk te maken voor breder publiek en adviseert Neuro Habits bij casussen die gaan over groen gedrag.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Groen gedrag

Arbeid & Organisatie

neuro-habits-4

Dr. Inge Wolsink

Arbeid en organisatie psycholoog

Sociaal, slim, gepassioneerd en creatief. Inge is gepromoveerd als arbeid & organisatie psychologe en deed onderzoek naar proactief gedrag en creativiteit aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar promotie-traject ondervond ze zelf de consequenties van hevige stress. Tijdens haar herstel specialiseerde ze zich in de wetenschap achter stress, en volgde een opleiding tot yoga docent in India. Nu helpt ze organisaties en particulieren om op een gezonde manier creativiteit en effectiviteit te bevorderen, en stress te signaleren en reduceren.

Gespecialiseerd in

Stress

Creativiteit

Mindfulness

animatie-website-inge_004

Jay Borger, Msc.

Biopsycholoog

Jay is afgestudeerd als psychobioloog en altijd gepassioneerd geweest over hoe je wetenschappelijke kennis kan gebruiken om mensen fitter en gezonder te maken. Tijdens zijn studiejaren kreeg hij snel door dat er veel informatie is die niet wordt toegepast in de praktijk. Bij Neuro Habits draagt hij zijn kennis over naar de praktijk. Jay is vriendelijk, zorgvuldig en gedreven en staat altijd open voor een gesprek.

Gespecialiseerd in

Gezond gedrag

Slaap

Stress

jay

Drs. Daniël H. D. Maij

Psychiater / adviseur

Daniël is de broer van David. Hij is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft advies vanuit zijn functie als psychiater bij de GGZ-instellingen Parnassia en Antes. Daniël is gespecialiseerd en opleider in de verslavingspsychiatrie en weet zodoende ook alles van gewoontevorming. Daniël’s advies wordt altijd ingewonnen bij verslavingsproblematiek of bij het gebruik van medicijnen. Dit is belangrijk, want psychologen hebben geen geneeskunde gestudeerd en psychiaters wel.

Gespecialiseerd in

Geneeskunde

Arts

Verslaving

Carlijn Kappers, Msc.

Gedragspsycholoog

Carlijn is afgestudeerd als gedragspsycholoog aan de Universteit van Amsterdam. Zij was van jongs af aan al gefascineerd door de interactie tussen mens en omgeving. Het is haar passie om vanuit een psychologisch oogpunt antwoorden te vinden op maatschappelijke vraagstukken.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Gezondheid

Arbeid & Organisatie

carlijn

Dr. Sanne de Wit

Klinisch psycholoog / adviseur

Dr. Sanne de Wit is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft onafhankelijk advies vanuit haar functie als universitair hoofddocent en gewoonteonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van Zelfi, de mobiele applicatie waarmee we onderwijsinstellingen helpen zodat leerlingen en studenten betere leren plannen, reflecteren en concentreren.

Gespecialiseerd in

Klinische psychologie

Gewoontevorming

Zelfi

sanne_gif

Dr. David L. R. Maij

Neuropsycholoog

Hij wilde altijd ‘uitvinder’ worden en Willie Wortel was zijn grote voorbeeld. Inmiddels is David psycholoog NIP, haalde hij masters in klinische gezondheidspsychologie en cognitieve neurowetenschappen, en promoveerde hij in de gedragswetenschappen. Zijn passies liggen bij gezondheidsgedrag en het onderwijs. David is kritisch, creatief en vriendelijk. Moeilijke dingen legt hij je makkelijk uit.

Gespecialiseerd in

Gewoontevorming

Onderwijs

Brein

david
Stel ons een vraag
Hi! 👋
Hoe kunnen wij helpen?