Afbeelding1-2

Van cijfer- naar gedragsfetisjisme in het klaslokaal

Dit artikel verscheen eerder op Vernieuwenderwijs, een platform over onderwijsinnovatie voor docenten. Zowel in het lager als hoger onderwijs ligt een enorme nadruk op cijfers. Cijfers geven in de praktijk de grens aan tussen een goede of slechte student, blijven zitten

Dit artikel verscheen eerder op Vernieuwenderwijs, een platform over onderwijsinnovatie voor docenten.

Zowel in het lager als hoger onderwijs ligt een enorme nadruk op cijfers. Cijfers geven in de praktijk de grens aan tussen een goede of slechte student, blijven zitten of overgaan, havo of vwo, slagen of zakken. Het zou beter zijn als cijfers betrekking gaan krijgen op gedrag, het leerproces en op de autodidactische vaardigheden van leerlingen: leer leerlingen leren. Waarom is dit zo belangrijk?

Obsessie met cijfers

Laten we beginnen met een tweetal voorbeelden uit het klaslokaal die de meeste docenten wel bekend zullen voorkomen. Jesse is een pientere knul, maar het ontbreekt hem vaak aan motivatie om na schooltijd aan zijn huiswerk te gaan. Hij heeft volgende week een tentamen economie, maar Jesse weet uit ervaring dat als hij een avond van tevoren begint met blokken hij vrijwel zeker een zes (oftewel een voldoende cijfer) zal halen. Lieke vindt de stof op school een stuk moeilijker. Daarnaast is ze heel snel afgeleid door sociale media op haar telefoon. Vier keer per jaar komen haar ouders op school voor oudergesprekken en Lieke belooft steevast beterschap. Ze zal harder gaan werken en beter haar best doen om “hogere cijfers” te halen. Het gaat dan inderdaad een week of drie goed, maar daarna vervalt Lieke toch weer in haar oude patroon. We betogen dat de oplossing voor zulke en een hele berg vergelijkbare problemen in het onderwijs schuilt in minder focus op cijfers en meer hulp bij gedragsverandering.

Kennis over gedragsverandering zou bij onderwijsinstellingen hoog in het vaandel moeten staan. Als gedragswetenschappers met een bedrijf gericht op gedragsverandering (Neuro Habits) zijn we natuurlijk niet helemaal neutraal. Daarom geven we graag eerst het woord aan een aantal experts op het gebied van onderwijs uit de ‘onderwijsfilm van 2015’. De experts geven daarin antwoord op de vraag: “Wat is het doel van onderwijs?”. De eerste expert is Claire Boonstra, oprichtster van ‘Operation Education – een platform waarmee ze het huidige onderwijssysteem onder de loep neemt en onderwijsinstellingen advies geeft voor de toekomst. Boonstra geeft aan dat het onderwijssysteem “faciliterend moet worden gemaakt aan het leerproces, aan een leven lang leren, voor een steeds sneller veranderende samenleving”. Antwoorden van soortgelijke strekking worden gegeven door de docenten die worden geïnterviewd. “Ik denk dat het belangrijkste is dat leerlingen zelfstandig worden, dat leerlingen zelf regie kunnen nemen over hun eigen leren”, is de conclusie van de een. “Dat docenten op het leerproces zelf gaan zitten, in plaats van op die cijfers te letten”, adviseert de ander. Kort samengevat, de onderwijsexperts willen vooral dat leerlingen autodidactisch, dus met de focus op zelfstandigheid, leren leren. Bovendien mag de obsessie met cijfers wel een tandje minder.

Binge-leren voor hoge cijfers

Dat leren leren aan de basis zou moeten staan van onderwijs is helaas nog niet overal doorgedrongen tot de beleidsvoerders en bestuurders van onderwijsinstellingen. Ook veel docenten onderschrijven dat er nog veel te veel nadruk ligt op cijfers. Dat cijferfetisjisme heeft natuurlijk een grote weerslag op de leerlingen. Die proberen op hun beurt vooral hoge cijfers (of zoals Jesse; vooral geen onvoldoendes) te halen en ze maken zich veel minder druk over hun leerproces, kennis of vaardigheden.

Als de nadruk meer op cijfers ligt dan op autodidactische vaardigheden, dan maakt het dus vooral uit dat je een goed cijfer haalt op een toets. Dat uit zich bijvoorbeeld in de (door docenten) veelgehoorde vraag: “is dat belangrijk, voor de toets?”, valsspelen (zoals afkijken, spiekbriefjes of plagiëren), of in technieken zoals ‘binge-leren’ – alle leerstof een dag of twee voor de toets erin stampen. Tijdens onze workshops aan docenten stippen we dit ‘binge-leren’ steevast aan met Jesse als voorbeeld, die twee dagen van tevoren begint met leren. Docenten reageren hier dikwijls laconiek op: “Twee dagen van tevoren al?”. Docenten kijken dus al lang niet meer op van dat binge-leren. Uit talloze onderzoeken blijkt echter dat stampen een behoorlijk beroerde methode is om kennis voor de lange termijn op te slaan. Dit komt omdat in het lange termijn geheugen van het brein een sterk netwerk moet worden gevormd waar de kennis staat opgeslagen en zo’n netwerk wordt doorgaans niet in een of twee dagen aangemaakt. Gestampte kennis verlaat het brein dan ook net zo snel weer als dat het binnenkwam (last in – first out) en na een maand of twee halen leerlingen nog maar een derde van het cijfer wat ze oorspronkelijk hadden gehaald. Dus, blootstaren op cijfers resulteert vaak in technieken die ongunstig zijn voor kennisopslag.

Daarnaast wekken toetscijfers de schijn van objectiviteit. Ze lijken houvast te geven over welke kennis en vaardigheden leerlingen bezitten, maar het zijn slechts momentopnames die een behoorlijk vertekend beeld kunnen geven. Een leerling zoals Lieke moet misschien uren leren (of stampen), terwijl Jesse een hoofdstuk een dag voor de toets even doorbladert. Cijfers geven dus weinig inzicht in het leerproces van de leerling, terwijl we daar met oog op het ‘leren leren’ nu juist zo in geïnteresseerd zijn. Door de focus op cijfers hebben daarom zowel leerlingen als docenten minder inzicht in de ontwikkeling van het leerproces, zelfstandigheid en autodidactische vaardigheden dan wenselijk. Cijferfetisjisme resulteert uiteindelijk dus in een verlies-verlies situatie voor de leerlingen en het onderwijs. Cijfers (maar ook protocollen en normen) dienen vooral de bedrijfseconomische wijze waarop onderwijsinstellingen gecontroleerd en gestuurd worden.

Lange en korte termijn

Idealiter willen we dus een shift van stampen voor korte termijn cijfers naar het gradueel opslaan van lange termijn vaardigheden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het is evolutionair gezien super nuttig om vooral korte termijn beloningen na te jagen. Voor vrijwel alle dieren (volgevreten huisdieren daargelaten) geldt dat wanneer ze hun korte termijn beloningen najagen, ze al hun evolutionaire behoeften kunnen bevredigen. Alleen voor mensen werkt dit, sinds een jaar of 500, net even anders. Als je als mens succesvol wilt zijn moet je je evolutionaire driften juist (tijdelijk) zien te onderdrukken en je vooral ondergeschikt maken aan lange termijn successen. Het einddoel van school (een diploma of het meesteren van een vaardigheid) ligt bijvoorbeeld voor leerlingen jaren ver weg in de toekomst (meer dan een decennium!). Voor het brein is het nagenoeg onmogelijk om het huiswerkgedrag wat nu wordt uitgevoerd te koppelen aan een eventuele beloning in de toekomst (een diploma). Dus dat Lieke naar haar telefoon grijpt in plaats van naar haar wiskundehuiswerk is eigenlijk best begrijpelijk.

Interessant is dan ook dat een zeer goede voorspeller van academisch succes de mate is waarin jonge kinderen korte termijn beloningen kunnen onderdrukken voor een lange termijn beloning. In een beroemd psychologisch experiment, de zogeheten ‘Marshmallow Test’, wordt kinderen beloofd dat ze twee marshmallows krijgen als ze drie minuten wachten in een kamer tot een onderzoeker terug is. Alleen heeft de onderzoeker wel al één marshmallow op tafel gelegd, die de kinderen nog niet op mogen eten. De korte termijn beloning ligt dus voor het oprapen. Zoals dit filmpje laat zien is dat knap lastig voor kids:

Hun impulscontrole (het vermogen om korte termijn oprispingen te onderdrukken) is nog niet volledig ontwikkeld, waardoor ze extra gevoelig zijn voor korte termijn beloningen. Het is, in tegenstelling tot wat neurowetenschappers vroeger dachten, een illusie dat cognitieve capaciteiten in de prefrontale cortex zoals impulscontrole zomaar rijpen met de jaren. We moeten niet passief afwachten, maar actief helpen met het ontwikkelen van een sterk en weerbaar brein door daar grondig op te trainen. Kort gezegd, als we leerlingen willen helpen met het aanleren van lange termijn vaardigheden, moeten we hen ook helpen behoeden voor de valkuilen van sommige korte termijn beloningen (zoals telefoons en cijfers).

Tech-verslaving

Een goed getraind en weerbaar brein is hard nodig in deze tijd. We leven in een technologische informatiemaatschappij waarin apps en internet voortdurend om aandacht schreeuwen. In een eerdere blog schreef ik al eens dat technologiebedrijven er alles aan doen om je verslaafd te maken aan hun apps. Dit lukt ze enorm goed, mede omdat zij (in tegenstelling tot onderwijsinstellingen) wél zeer goed gebruik maken van de wetenschappelijke literatuur over gewoontevorming. Zo wijst recent onderzoek uit dat mensen tot wel 85(!) keer per dag op hun telefoon kijken. Dat leidt tot flinke concentratieproblemen, toonden onderzoekers aan. Leerlingen die hun internet aan hadden staan tijdens colleges presteerden slechter dan medeleerlingen die het uit hadden gezet. Uit een ander experiment bleek dat zelfs het geluid of de trilling behorende bij een inkomend berichtje studenten al slechter maakt op een simpel computertaakje. Je kunt je dus wel voorstellen wat er gebeurt als Lieke wiskunde probeert te maken wanneer er een mobieltje naast haar boek ligt. We pleiten er overigens niet voor dat leerlingen hun telefoon of laptop moeten inleveren. Wel moet veel realistischer nagedacht worden over hoe leerlingen geholpen kunnen worden verstandig met deze technologieën om te gaan. Ouders en docenten moeten een actievere rol spelen in hoe leerlingen met deze verslavende technologieën omgaan. Ook moeten ouders en docenten, net als de tech-bedrijven, gaan inzien dat ze deze technologieën ook in het voordeel van de leerlingen kunnen gebruiken.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat leerlingen en docenten zich minder blindstaren op cijfers en zich meer bezig gaan houden met het leerproces? De oplossing ligt erin om leerlingen te helpen om van leer- en zelfreflectievaardigheden een gewoonte te maken. Technologie biedt de mogelijkheid om hierbij te helpen en werk uit handen te nemen van docenten. Hoe? Dat lees je in dit volgende artikel.

Ben je ook benieuwd wat Neuro Habits voor jou, je collega’s of je leerlingen kan betekenen? Kijk gerust even rond op onze site of neem contact op

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

Abel Bronckhorst​

Gedragspscyholoog / Account manager

Abel wil altijd alles begrijpen en kunnen verklaren. Hij is nieuwsgierig, openminded en pragmatisch. Met zijn passies voor gezondheid en het menselijke gedrag was hij helemaal op zijn plek bij de master Social, Health and Organisational Psychology. Hier heeft hij geleerd alle facetten van gedrag te ontleden en te beïnvloeden. In zijn persoonlijke leven past hij zijn geleerde kennis ook toe en experimenteert hij vrolijk met alle nieuwste gezondheid-trends: Van fitgirl-smoothies en hardlopen tot meditatie.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Groen gedrag

Arbeid & Organisatie

Abelzonderlogo

Drs. Loes Kreemers

Duurzaamheidspsycholoog

Loes is gespecialiseerd in groen gedrag. Ze is projectleider en onderzoeker bij het lectoraat psychologie voor een duurzame stad bij de Hogeschool van Amsterdam. Hier doet ze onderzoek naar de gedragsverandering die van belang is voor de transitie naar een duurzame maatschappij. Loes studeerde sociale psychologie om te begrijpen waarom mensen bepaalde keuzes maken. Ze promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar gedragsverandering en zelf-compassie. Loes helpt beleidsmakers om duurzame keuzes aantrekkelijk te maken voor breder publiek en adviseert Neuro Habits bij casussen die gaan over groen gedrag.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Groen gedrag

Arbeid & Organisatie

neuro-habits-4

Dr. Inge Wolsink

Arbeid en organisatie psycholoog

Sociaal, slim, gepassioneerd en creatief. Inge is gepromoveerd als arbeid & organisatie psychologe en deed onderzoek naar proactief gedrag en creativiteit aan de Universiteit van Amsterdam. Na haar promotie-traject ondervond ze zelf de consequenties van hevige stress. Tijdens haar herstel specialiseerde ze zich in de wetenschap achter stress, en volgde een opleiding tot yoga docent in India. Nu helpt ze organisaties en particulieren om op een gezonde manier creativiteit en effectiviteit te bevorderen, en stress te signaleren en reduceren.

Gespecialiseerd in

Stress

Creativiteit

Mindfulness

animatie-website-inge_004

Jay Borger, Msc.

Biopsycholoog

Jay is afgestudeerd als psychobioloog en altijd gepassioneerd geweest over hoe je wetenschappelijke kennis kan gebruiken om mensen fitter en gezonder te maken. Tijdens zijn studiejaren kreeg hij snel door dat er veel informatie is die niet wordt toegepast in de praktijk. Bij Neuro Habits draagt hij zijn kennis over naar de praktijk. Jay is vriendelijk, zorgvuldig en gedreven en staat altijd open voor een gesprek.

Gespecialiseerd in

Gezond gedrag

Slaap

Stress

jay

Drs. Daniël H. D. Maij

Psychiater / adviseur

Daniël is de broer van David. Hij is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft advies vanuit zijn functie als psychiater bij de GGZ-instellingen Parnassia en Antes. Daniël is gespecialiseerd en opleider in de verslavingspsychiatrie en weet zodoende ook alles van gewoontevorming. Daniël’s advies wordt altijd ingewonnen bij verslavingsproblematiek of bij het gebruik van medicijnen. Dit is belangrijk, want psychologen hebben geen geneeskunde gestudeerd en psychiaters wel.

Gespecialiseerd in

Geneeskunde

Arts

Verslaving

Carlijn Kappers, Msc.

Gedragspsycholoog

Carlijn is afgestudeerd als gedragspsycholoog aan de Universteit van Amsterdam. Zij was van jongs af aan al gefascineerd door de interactie tussen mens en omgeving. Het is haar passie om vanuit een psychologisch oogpunt antwoorden te vinden op maatschappelijke vraagstukken.

Gespecialiseerd in

Duurzaamheid

Gezondheid

Arbeid & Organisatie

carlijn

Dr. Sanne de Wit

Klinisch psycholoog / adviseur

Dr. Sanne de Wit is geen medewerker van Neuro Habits, maar geeft onafhankelijk advies vanuit haar functie als universitair hoofddocent en gewoonteonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van Zelfi, de mobiele applicatie waarmee we onderwijsinstellingen helpen zodat leerlingen en studenten betere leren plannen, reflecteren en concentreren.

Gespecialiseerd in

Klinische psychologie

Gewoontevorming

Zelfi

sanne_gif

Dr. David L. R. Maij

Neuropsycholoog

Hij wilde altijd ‘uitvinder’ worden en Willie Wortel was zijn grote voorbeeld. Inmiddels is David psycholoog NIP, haalde hij masters in klinische gezondheidspsychologie en cognitieve neurowetenschappen, en promoveerde hij in de gedragswetenschappen. Zijn passies liggen bij gezondheidsgedrag en het onderwijs. David is kritisch, creatief en vriendelijk. Moeilijke dingen legt hij je makkelijk uit.

Gespecialiseerd in

Gewoontevorming

Onderwijs

Brein

david
Stel ons een vraag
Hi! 👋
Hoe kunnen wij helpen?